Wetenschap en rekenschap - pagina 484
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
G KUIPER HZN
het moet bepaald leiden tot bescheidenheid willen we er niet aan ten ondergaan.
Maar het is de halve waarheid. Het zou weinig moeite kosten heel wat werk van
(zeer) hoog gehalte te noemen en het inzicht in b.v. rassendiscriminatie, stratifi-
catieverschijnselen, conflict, macht (in mindere mate), normen en normverande-
ring, structuren en structuurverandering, een vooral Nederlands verschijnsel als de
verzuiling enz. zou er niet geweest zijn zonder deze wetenschappen. Dat ieder zich
een oordeel over haar aanmatigt hangt nauw samen met het feit dat iedereen
lekensociologie bedrijft: hij weet er alles van want hij maakt het toch dagelijks zelf
mee? Zoals ook iedereen zich een oordeel over de theologie aanmatigt, want hij is
immers gelovige en daarmee lekentheoloog. Het is nauwelijks verwonderlijk dat
de professionele socioloog door middel van een eigen jargon, evenals de genees-
kunde, zich daarvan probeert te distantiƫren en aan prestige te winnen. Door de
grote pluriformiteit is dat echter onbegonnen werk en werkt het in zijn tegendeel.
Er werden voorbereidingen getroffen de beschuldigingen met betrekking tot de
kwaliteit van het werk nader en systematisch te onderzoeken. Intussen is er wel
degelijk aanleiding tot herwaardering en een veranderde houding (verandering
staat hoog in het vaandel van de meeste sociologen, behalve wanneer het hun
eigen sociologiebeoefening betreft).
1. De overwaardering voor het kwantificerend onderzoek door sommigen (ve-
len?) en die van de wijsgerige theorie door anderen zou gecompenseerd moeten
worden en het essay meer moeten worden beoefend vanwege zijn inspirerend
karakter.^"
2. Er zou meer oog moeten komen voor de dysfuncties die de ,.sociologie in
meervoud" binnen de sociologengemeenschap heeft: men praat langs elkaar
heen, verkettert elkaar en verstaat eikaars jargon niet. Aan deze kennistheore-
tische en wetenschapssociologische problemen zou grote aandacht moeten
worden geschonken.
3. Behoedzaamheid in het waarderen en oordelen zou kenmerkend moeten wor-
den. Thans geeft de lekensocioloog zijn conservatieve oordeel fris van de lever
en de professionele socioloog zijn progressieve oordeel. Het trekken van con-
clusies en het oordelen zijn juist met betrekking tot de maatschappij zo bij-
zonder moeilijk; als we nu weten dat we te groter fouten kunnen maken hoe
omvangrijker de samenlevingseenheden zijn, dan zouden we ons door onze
gemakkelijkheid niet belachelijk moeten maken.
4. Dat zou ook de werkzaamheid en bruikbaarheid in het beleid ten goede komen.
Ten aanzien van de vooroordelen met betrekking tot het ingekapseld worden
e.d. zou de socioloog zich moeten losmaken onder het motto: daar zit ik zelfbij!
Bovendien zou men zich niet moeten ontzien wanneer er vuile handen moeten
worden gemaakt. Waarom zou de sociologie, waarom zouden de nieuwe vrij-
gestelden hun handen vrij en schoon moeten en mogen houden? In feite zit daar
de lafheid in van de beste stuurlui die aan de wal staan of van de mensen die
inspraak willen maar niet bereid zijn echte verantwoordelijkheid te dragen,
hetgeen altijd betekent bereidheid tot het sluiten van compromissen. Dus niet
478
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's