Wetenschap en rekenschap - pagina 200
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H. L. LANGEVOORT
heid groot geworden is. De rationele wetenschap vroeg om specifieke psychoso-
matische verbanden, waarmee gewerkt kon worden en toen deze niet concreet
gemaakt konden worden, verdween de belangstelling van de zijde van de inwen-
dige geneeeskunde." Groen" heeft zich er in latere jaren vooral voor ingespannen
in de psychobiologie de eenheid van psyche en soma een natuurwetenschappelijke
basis te geven.
De inwendige geneeskunde mag dan weinig belangstelling meer hebben voor de
psychosomatiek, dat geldt niet voor de huisartsgeneeskunde. Vanuit de praktijk
van de huisarts, die in het eerste echelon geconfronteerd wordt met een gewijzigd
ziektepatroon waarbij psychische klachten op de voorgrond staan, heeft zich het
verband van soma en psyche, maar ook van de patiënt met zijn omgeving met
groter kracht opgedrongen.
Anderhalfjaar vóór het afscheid van Lindeboom spreekt Van Aalderen^" over
Anders helpen, anders helen. Zijn openbare les droeg de titel Anders denken,
anders doen. Met dit „anders" bedoelt hij vooral „anders dan alleen maar na-
tuurwetenschappelijk." „De huisarts weet," aldus Van Aalderen, „dat het begrip
ziek, dat zijn patiënten presenteren, iets geheel anders is dan het ziek zijn dat de
wetenschap hem heeft geleerd. De uitsluitend biologische geneeskunde gaat
voorbij aan de menselijke aspecten van het ziek zijn en benadert de ziekte in feite
op materieel niveau." Evenals Lindeboom bijna een kwart eeuw eerder, consta-
teert Van Aalderen dat de grote aanklacht tegen de geneeskunde van vandaag is,
dat hij ontmenselijkt. De eenzijdig-medisch-technische opstelling van de genees-
kunde ontneemt de mens vaak de mogelijkheid om zelf een antwoord te geven op
zijn menselijk ziek zijn, dat een onderdeel is van zijn wordingsproces. De genees-
kunde neemt op deze manier de mens zijn ziekte af en biedt hem geen gelegenheid
om zelf iets met zijn ziekte te doen. De arts zal zich zodanig in de interactie met de
patiënt moeten opstellen, dat de patiënt een helderder inzicht in zijn eigen situatie
krijgt. Om zich die vaardigheid eigen te maken zal de huisarts van de toekomst
naast een medisch-biologische opleiding ook een opleiding in hulpverlening
moeten krijgen. Van Aalderen pleit ervoor, dat de westerse geneeskunde bij haar
hulpverlening zich vooral zal bezighouden met de betekenis en de zin van ziek en
gezond zijn. Er wordt in deze rede niet expliciet gesproken over een christelijke
mensbeschouwing en ook niet over de implicaties van het bijzondere karakter van
de Universiteit voor de geneeskunde. Langs verschillende wegen kan men tot een
benaderingswijze van de mens komen, die in het „anders" van Van Aalderen
dezelfde geest ademt als in de „ziel der geneeskunde" van Lindeboom.
Een duidelijk verschil tussen de christen-arts en de niet-christenarts komt naar de
mening van C. van der Meer^^ tot uiting in hun beschouwing over de dood. Hoe zal
de arts de ongeneselijk zieke patiënt en de stervende benaderen? „Onherroepelijk
speelt — bewust of onbewust — in deze confrontatie de eigen opvatting van de arts
over de dood een belangrijke en veelal beslissende rol. Het wezenlijke van het
christen-arts zijn, komt in deze situatie naar voren." Hij zal dan zijn eigen reli-
gieuze opvatting over de mens en over de dood niet kunnen buitensluiten.
196
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's