Wetenschap en rekenschap - pagina 32
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
W J WIERINGA
uiteraard buiten beschouwing blijven de wetenschapsbeoefening zelf, want deze is
in de volgende hoofdstukken beschreven
Wanneer wij het reilen en zeilen der Vrije Universiteit sedert 1945 nagaan, dan
blijkt er omstreeks 1960 in bepaalde opzichten zich een kentering te hebben
voorgedaan in de bezinning op de vraag, op welke wijze zij als een instelling voor
christelijke wetenschapsbeoefening moest functioneren De uitgangsstelling, van
waaruit de Vrije Universiteit de na-oorlogse periode inging, mag getypeerd wor-
den geacht door het bovengenoemde betoog van Oranje Hoewel daarin openin-
gen werden geboden naar nieuwe ontwikkelingen, werd toch vastgehouden aan de
oude opvatting dat de wetenschappelijke vorming van studenten moest blijven
geschieden op basis van de calvinistische beginselen, ook ten behoeve van hun
functioneren in de maatschappij en ten dienste van de maatschappij, maar dat
moest dan wel gebeuren op een bredere reformatorische basis dan tot nu toe het
geval was geweest. Formeel werd, wat dit laatste betreft, een begin gemaakt door
de opheffing van de bepaling, dat directeuren en curatoren tot de gereformeerde
kerken moesten behoren.
Ook op de bijzondere nadruk, die Oranje had gelegd op de opvoeding en vorming
der studenten naast hun vakwetenschappelijke vorming werd al spoedig gerea-
geerd. Met de uitbreiding der universiteit met nieuwe faculteiten werd het gevaar
groter, dat de samenhang der wetenschappen te zeer uit het gezichtsveld zou
geraken. Weliswaar hadden de verplichte eerstejaarscoUeges voor de calvinistische
wijsbegeerte ook in dit opzicht een bepaalde functie, maar de samenhang der
faculteiten anders dan in wijsgerig opzicht werd er nauwelijks door bevorderd Om
m dit manco te voorzien werd in 1948 gestart met het jaarlijks geven van interfa-
cultaire colleges, die in 1961 werden omgezet in een studium generale De thema's
waren van onderscheiden aard, maar veelal werd ook een bepaald probleem
belicht van uit verschillende faculteiten, zoals bijv de relatie tussen wetenschap en
maatschappij.
Voorts werd ook op een nieuwe wijze vorm gegeven aan de betrekkingen met het
buitenland. In 1952 werd namelijk gestart met zomercursussen voor buitenlandse
studenten Deze cursussen zijn vele jaren achtereen gehouden. Tal van onder-
werpen, veelal van actuele aard werden er behandeld van uit, om het zo te
formuleren, de geestelijke ideeenwereld van de Vnje Universiteit. Hiermee gaf zij
er blijk van ook te willen functioneren als een centrum van christelijke weten-
schapsbeoefening voor daarvoor geïnteresseerden in het buitenland.
Oranje had echter ook de vraag gesteld. Wat doen wij met onze centrale gedachte,
zoals die verwoord was in de grondslag Ook deze vraag kwam in de loop der jaren
vijftig geleidelijk meer in de aandacht Dooyeweerd en ook Vollenhoven drukten
hun collega's met de neus op deze vraag door te betogen, dat het voor de Vrije
Universiteit ontoelaatbaar was onderscheid te maken tussen principiële en
niet-prmcipiele vakken Geen enkele tak van wetenschap kon en mocht opgaan in
zuivere techniek. Maar zolang men aan een kritische onderzoek van de voor-
28
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's