Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 316
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
paalde bedoeling heeft gehad, of dat hij een andere betekenis van het
woord heeft willen benadrukken dan het in de Boekholt uitgaven heeft. In
een voorwoord bij die uitgaven wordt uiteengezet wat die betekenis is. De
lezer wordt aangeraden bijzonder te letten op
de saken, die ons hier onder dese verbeeldinge voorkomen, en op de Sinnebeelden selfs;
voor SCO veel slechts, als se bequamelijk uyt drucken, 'tgeen den waarde Schrijver seggen
wil.i''
En wat wil de schrijver?
Onsen Bunjan vat het hier eens op een Allegorise wijse, om daer onder, waer het mogelyk,
de Godlijke waerheden in te brengen, tot m het diepste van het herte.'''
We hebben hier met „Sinnebeelden" in de betekenis van allegorische
voorstelling te maken.
Bedoelde l.W. dat er ook mee of alleen maar mee? Kijkend naar het
opschrift, de aquarel, en het vers van bijvoorbeeld blad 10 (Afb. 2), kan
schrijver dezes zich niet aan de indruk onttrekken ook met SINNE-BEELDEN
in een nog andere dan allegorische betekenis van doen te hebben. Name-
lijk in die van emblematische voorstelling, met de daaraan inherente drie-
deUng in motto (opschrift), pictura (aquarel) en subscriptio (vers). Dat de
term ,sinnebeeld' als equivalent van emblema algemeen gangbaar was,
toen l.W. zijn boekje maakte, moge blijken uit wat de emblematoloog
Porteman daarover opmerkt.^^ Volgens hem is de term — hem is althans
geen oudere vindplaats bekend — afkomstig van Dirck Pietersz Pers, in
wiens Bellephoron of lust tot Wysheyd (1614) het neologisme „Sinnebeel-
den" te vinden is. Alleen al via Cats, die de term vier jaar later zijn zegen
gaf,^^ zal het woord een snelle en ruime verbreiding gevonden hebben.
Het benadrukken van het emblematische aspect van SINNE-BEELDEN
brengt met zich mee, dat l.W. het droomelement van Bunyans verhaal naar
de achtergrond verplaatst. De droom en de dromer komen alleen op blad 1
voor en zijn dan nog min of meer weggemoffeld in de rechterbenedenhoek
van de aquarel. Kan het woord SINNE-BEELDEN l.W. geïnspireerd hebben
in de trant van de ook nog gedurende de achttiende eeuw in Nederland
populaire embleemboeken te werken,^^ ook Bunyans verhaal als zodanig
bood hem daartoe een aanknopingspunt. Met name de taferelen in het
Huis van Uitlegger kunnen als een uitvloeisel van de embleemtraditie
worden beschouwd, die ook in het zeventiende-eeuwse Engeland een niet
onbelangrijke rol speelde. Vooral de bundels van Quarles (1635) en Wither
(1635) zijn in dit bestek van belang.^*
Rosemary Freeman wijst op die relatie tussen The Pilgrim's Progress en
de embleemliteratuur,^^ iets dat vóór haar al door Sir Charles Firth was
gedaan.2 Zij stelt dat Bunyan kon uitgaan van een emblematische manier
van denken, die bij de Puriteinen was gevormd door vooral de bundel van
Quarles. Wat Christen te zien krijgt bij Uitlegger moet volgens haar gezien
worden in het licht van die embleemtraditie. Zij voegt er aan toe dat
Bunyan wat betreft de inhoud van de zeven taferelen die Christen daar
aanschouwt, weinig aan eerdere emblematici te danken heeft. Maar in een
300
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's