Wetenschap en rekenschap - pagina 234
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C.C. JONKER
In het tweede gedeelte wordt aan de veranderingen in het wereldbeeld en de
gevolgen daarvan voor de wereldbeschouwing in de periode sinds 1920 aandacht
geschonken.
2. VERANDERINGEN IN DE NATUUR- EN SCHEIKUNDE
In de laatste honderd jaar hebben zich zeer ingrijpende veranderingen voltrokken
in deze beide natuurwetenschappen. Een groot aantal verrassende ontdekkingen
werd gevolgd door nieuwe theorieën, die vaak revolutionaire begrippen introdu-
ceerden. Deze ontwikkeling kan hier niet in een lang historisch overzicht worden
weergegeven. Het is voor het in de inleiding gestelde doel voldoende om de
belangrijkste karakteristieken van deze ontwikkeling in onderling verband bijeen
te brengen. Hierbij wordt eerst de natuurkunde behandeld met enkele verwijzin-
gen naar de scheikunde, daarna komt een historisch résumé van de scheikunde
aan de orde. Beide gedeelten worden gevolgd door een kort overzicht van het
betreffende onderzoek aan de Vrije Universiteit.
2.1. Natuurkunde
2.1.1. Het eerste wat bij de ontdekkingen in de natuurkunde opvalt, is dat er
veranderingen binnen het vak optreden, die consequenties blijken te hebben, die
ver over de grenzen van de natuurkunde reiken.^ Ze blijken hun invloed te hebben
op het wereldbeeld, de filosofie, de techniek en de politiek. Enkele voorbeelden.
In de speciale relativiteitstheorie worden drastische veranderingen aangebracht in
de ruimte-tijd beschrijving van fysische verschijnselen, door de begrenzing van
deze beschrijving aan te geven. De ontdekking van een universele constante, nl. de
lichtsnelheid, maakt het ruimte- en het tijdbegrip relatief èn tegelijk onderling
gekoppeld. De algemene relativiteitstheorie opent voor het eerst de mogelijkheid
modellen voor het heelal op te stellen. De theorieën over het ontstaan van het
heelal of van een zonnestelsel uit respectievelijk een primaire explosie of uit een
super-nova krijgen hiermede een kwantitatieve basis. Het hiervoor benodigde
experimentele materiaal over de extra-galactische nevels, hun afstanden, structuur
en samenstelling wordt sinds 1925 systematisch geordend. De afstanden van deze
nevels zijn zo groot, dat wij ze waarnemen in de toestand, waarin ze millioenen
jaren geleden verkeerden.
In de atoomtheorie en zijn quantum-mechanische basis gaat het om de beschrij-
ving van sub-microscopische verschijnselen, die zich binnen het atoom afspelen.
De electronenstructuur en de lichtuitzending van de atomen worden hierdoor
berekenbaar. De wijze waarop atomen samen een molecuul vormen, samen kris-
230
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's