Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 53
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
In de leerstoel voor de dogmatiek trad 17 december 1902 dr. H. Bavinck
op als opvolger van Kuyper, tot hij op 29 juli 1921 overleed. Bavinck was
toen 66 jaar. Vanaf 1922 versterkten de bibhotheken van Bavinck en
Rutgers de eenzijdige samenstelling van de V.U.-bibliotheek, terwijl de
bibliotheek van Kuyper pas in 1975 het theologische element ging aan-
vullen. Breen had in 1918 aan Kuyper de schenking van zijn bibliotheek in
overweging gegeven, maar bij zijn dood bleek het testament niet ten gunste
van de V.U.-bibliotheek veranderd. Het aan Kuyper doen toekomen van
de delen 2 t.m. 16 van Sacrosancta Concilia heeft wellicht weinig indruk op
Kuyper gemaakt. Ook zullen de kinderen van Kuyper hem wel niet gead-
viseerd hebben om op het voorstel van Breen in te gaan.
De geestelijke vader van de Vrije Universiteit^^ heeft in zijn laatste jaren
dat kind geen erfgenaam van zijn bibliotheek gemaakt.
Reeds in 1920 namen H. Colijn en A.W.F. Idenburg het initiatief om één
miljoen gulden bijeen te brengen. Direkt na de begrafenis van Kuyper
riepen zij de Kuyperstichting in leven ten dienste van de Anti-Revolutio-
naire Partij. Het is Colijn zelf die met deze Kuyperstichting het huis van
Kuyper en zijn bibliotheek koopt. Pas in 1922 zal Colijn directeur van de
Vrije Universiteit worden, gevolgd door Idenburg in 1923.
Hoe het precies gegaan is met de bibliotheek van Kuyper blijkt uit de
correspondentie tussen de rijke Kuyperstichting en de relatief arme Vrije
Universiteit. De catalogus van de bibliotheek is door prof.dr. H.H. Kuyper
op de V.U. ter inzage gegeven zonder een prijs te noemen. Die prijs wordt
31 januari 1921 bekend:
„De heer Idenburg draagt mij op U te melden, dat de bibliotheek van wijlen dr A Kuyper
IS geschat op een waarde van 40 mille en de erfgenamen schijnen te willen vasthouden aan
dien prijs bij een onderhandschen verkoop De heeren Colijn en Idenburg kunnen geen
vrijheid vinden om het Centraal Comité, c.q. het later te constitueeren college tot beheer
van het Kuyperfonds voor te stellen tot aankoop tegen zulk een bedrag over te gaan".
Dezelfde dag schrijft curator dr. B. van Schelven aan Directeuren:
„Zoo even was Dr Breen bij mij Zijn indruk van de bekende bibliotheek in de Kanaalstr
IS dat de waarde daarvan zeer overdreven is, wanneer die op ƒ 30 000,— wordt getaxeerd.
Of hij er speciaal verstand van heeft weet ik niet, maar hij sprak van eenderde daarvan"
Na de ontvangst van deze twee brieven concludeert de voorzitter van
Directeuren, J.H. de Waal Malefljt, dat de gedachte dat de V.U. als koop-
ster zal optreden, nu vrijwel geheel is uitgesloten.
Op 4 februari 1921 schrijft Idenburg:
„De boekerij was indertijd op ƒ 40 m geschat tegen brandgevaar, is nu voor de successie
op ƒ 30 m geschat Ook dit bedrag is ons veel te hoog omdat wij betrekkelijk slechts voor
een klein deel m dit bedrag nuttige werken in die verzamehng vinden De overgroote
meerderheid is theologisch (en zeker het meest kostbare deel)".
Op 7 februari vervolgt Idenburg:
37
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's