Wetenschap en rekenschap - pagina 314
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. R. VAN DE FLIERT
Voor de eerstgenoemde gebieden, die vaak heel oude (Precambrische) delen van
de aardkorst ontsluiten, is specialistische kennis vereist van mineralogie, petrolo-
gie en structurele geologie. Voor de bestudering van de geologie van gebieden
waar fossielrijke, niet-metamorfe gesteenten aan de oppervlakte liggen, zal men
daarentegen vooral over grondige stratigrafische, sedimentologische en paleonto-
logische kennis moeten beschikken naast vaak eveneens structureel-geologische.
Hoewel de structurele geologie in beide gebieden een belangrijke rol speelt heeft
zij, naast uiteraard het fundamenteel gemeenschappelijke, toch ook een eigen
gezicht en een eigen aanpak die nauw met de aard en de genese van de gesteenten
samenhangt en zo in het eerste geval weer veel kennis van en inzicht in mineralo-
gisch-petrologische structuren en processen vereist, in het tweede geval juist stra-
tigrafisch-sedimentologische kennis vraagt. In verband met deze standen van
zaken zal een geologische opleiding al spoedig uiteengaan in twee richtingen, een
mineralogisch-petrologische en een stratigrafisch-paleontologische. Beide rich-
tingen waren dan ook in het begin van de ontwikkeling van de geologie aan de
V.U. aanwezig, de eerste vertegenwoordigd door W. Uytenbogaardt, de tweede
door Van de Fliert.
In verband met het voorgaande zal duidelijk zijn dat zij in de keuze van hun
veldwerkgebieden voor doctoraalonderwijs en daaraan gebonden geologisch on-
derzoek uit elkaar moesten gaan zodra de eerste studenten hun kandidaatsexamen
hadden afgelegd. Uytenbogaardt ging naar het Baltische schildgebied in het
Noorden waar naast ertskundig, petrologisch en mineralogisch onderzoek ook
meer integrerende historisch-geologische aspecten van dit Precambrische gebied
aandacht kregen. Ook de tektoniek, in het bijzonder de microtektoniek, speelde
daarbij een belangrijke rol (zie onder het hoofd ertskunde, petrologie, mineralo-
gie).
In verband met zijn structureel-geologische belangstelling, in het bijzonder de
tektoniek van sedimentaire gebieden, en paleontologisch-stratigrafische achter-
grond werd door van de Fliert een gebied uitgezocht in een jong ketengebergte, de
Abruzzen in de Apennijnen. Voor de Abruzzen werd gekozen omdat naast
interessante structureel-geologische en stratigrafische aspecten in dit gebied dikke
pakketten kalkstenen voorkomen die de mogelijkheid zouden bieden tot onder-
zoek op het nog jonge vakgebied van de sedimentologie, in het bijzonder de
sedimentologie van kalkgesteenten, een tak die in Nederland nog maar weinig
beoefend werd. In 1971 verschenen hier de eerste publikaties, van de hand van
W. Nijman, over enkele structureel-geologische en stratigrafische aspecten van het
onderzoekgebied*. Nijman had zich inmiddels tot sedimentoloog ontwikkeld en
kreeg een aandeel in de Interuniversitaire Opleiding Sedimentologie (lOS) als
specialist op het gebied van de kalken.
Tot verdere ontwikkeling van deze opzet, waarbij in het kader van de opleiding
van stratigrafisch-paleontologisch gekwalificeerde geologen onderzoek zou wor-
den verricht op het gebied van de kalksedimentologie en de tektoniek van niet-
metamorfe sedimentaire gebieden, is het echter niet gekomen vanwege de inter-
308
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's