Wetenschap en rekenschap - pagina 561
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR FILOSOFIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
Structuur of de mogelijksheidsvoorwaarden van de ervanngswetenschappen Ja,
analoog aan Kant noemt hij deze trancendentale kritiek van het theoretisch
denken „de enige toegangspoort tot de verdere onderdelen van de Wijsbegeerte
der Wetsidee" ^'
Dooyeweerd gaat ervan uit, dat de structuur van de empirische wetenschappen
altijd synthetisch is, dat wil zeggen samen-stellend het gegeven materiaal, dat
niet-loglsch (biotisch, psychisch, sociaal enzovoort) is, dient in logische begrippen
gevat te worden (vergelijk biologie, psycho-logie, socio-logie enzovoort) Het
logisch denken is met andere woorden een ervarmgswijze die in de wetenschap
kennelijk op een of andere manier gesynthetiseerd wordt met ervanngsmogelijk-
heden en ervaringsgegevens die de mens langs andere weg verwerkelijkt, casu quo
verkrijgt Welnu, deze synthetische structuur wijst er volgens Dooyeweerd op, dat
wetenschap niet een zuiver rationele aangelegenheid is met een strikt logisch
uitgangspunt, maar dat er aan het wetenschappelijk denken steeds bepaalde noties
omtrent de saamhorigheid en dus ook omtrent de eenheid en de oorsprong van de
menselijke ervaring en ervanngswerkelijkheid voorafgaan
Het raadselachtige nu van deze vooraf-gaande, dus apnonsche grondnoties (de
ideeën van samenhang, eenheid en oorsprong der werkelijkheid werden door
Dooyeweerd aanvankelijk aangeduid als „wetsidee", WdW I 57, later liever als
„transcendentale grondidee", NC I 68) is hierin gelegen, dat ze kennelijk leiding
geven aan alle wijsgerige en wetenschappelijke theorie-vorming maar dat geen
wetenschappelijke theorie haar in de greep kan krijgen De wetenschap conclu-
deert niet tot, maar gaat zonder meer uit van bepaalde beseffen inzake de sa-
menhang, de eenheid en de oorsprong van de te onderzoeken ervaringswereld
Nader gesproken is het niet de wetenschap, maar een voorwetenschappelijke,
religieuze overtuiging die deze grond- en grensbegnppen in een of andere richting
bepaalt en beheerst
Om deze reden meent Dooyeweerd in de wetsidee het verborgen innerlijk be-
trekkingspunt tussen de religieuze overtuiging (die eventueel ook agnostisch of
anti-godsdienstig kan zijn) en de wetenschappelijke theorievorming te hebben
blootgelegd Hij zou met wetenschappelijke middelen hebben gedemonstreerd
wat Kuyper en Bavinck tevoren slechts hadden geponeerd, namelijk dat weten-
schap niet wereldbeschouwelijk neutraal is en altijd van geloofsvooronderstellin-
gen uitgaat Uitdagend was Dooyeweerds positie, omdat ze werd verdedigd in een
wijsgerig milieu dat, althans voor W O II, in Nederland beheerst werd ter ene
zijde door het neokantianisme (dat een strikte scheiding wilde maken tussen geloof
en wetenschap), ter andere zijde door de fenomenologie (die een even scherpe
scheiding wilde aanbrengen tussen wetenschappelijke filosofie en wereldbe-
schouwing).
555
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's