Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 58
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
mei zonder meer tot aanschaffing van de boeken als bibliothecaris is overgegaan. Mijns
inziens had hij dan eventueel zonder meer. met het oog op noodzakelijke aankopen, een
overschrijding van de begrootingspost kunnen vragen
Deze aanvraag, zooals die bij Directeuren inkwam maakte een beslissing onmogelijk,
zonder dat omtrent de principieele vraag van de seminaarbibhotheken werd geprejudi-
cieerd"
Dit contact tussen mr. G.H.A. Grosheide en prof.dr. A. Goslinga is van
belang voor de opvolging van Breen. Hier blijkt dat H. Colijn, A.W.F.
Idenburg, W. de Vlugt en Tyo H. van Eeghen niet van plan waren geld toe
te staan zonder de instelling van een Bibliotheekcommissie door de Senaat
en zonder duidelijke adviezen over de seminarie-bibliotheken, adviezen
waarvan ze de strekking konden overzien. Met name willen ze geregeld
zien of de Bibliothecaris alle aankopen zal doen. De ironie wil dat niet de
ontwikkeling van deze seminarie-bibliotheken, waar Breen jarenlang op
had aangedrongen, maar de opvolging van Breen het eerste agendapunt
van de Bibliotheekcommissie werd. En dat vervolgens Wille zelf Biblio-
thecaris wordt en van Directeuren tot taak krijgt om het beleid van Breen
uit te voeren.
Höweler schreef in 1955 ten behoeve van de auteur van het Gedenkboek
bij het 75-jarig bestaan der Vrije Universiteit Amsterdam:
„Toen Prof Wille in 1949 den tijd gekomen achtte zijn taak als bibliothecaris aan een
ander over te laten om zich uitsluitend aan zijn hoogleeraarschap en studie te kunnen
wijden, constateerde de Rector Magnificus van dat jaar m zijn dankwoord, dat Prof Wille
de bibliotheek groot had gemaakt, het kon niet beter gezegd zijn Dit „groot" wees op de
boeken en tijdschriften, niet op de behuizing" ^'
Als ik de periode Breen overzie en vooral de ontwikkelingen van 1922-1926
naga, meen ik dat het juister was op te merken: Wille heeft de door Breen
gestructureerde bibliotheek groter gemaakt. Tijdens Wille vindt geen en-
kele structurele verbetering plaats. Breen heeft het kader geschapen waar-
binnen onder Wille, in een periode van economische achteruitgang en
oorlog, de bibliotheek toch relatief belangrijk in omvang is toegenomen.
Naar mijn mening is Breen de belangrijkste bibliothecaris van de Vrije
Universiteit geweest, als was hij gedurende 32 jaar maar drie uur per week
in dienst.
Breen is om verschillende redenen in de publiciteit gekomen. Aan hem
werd in 1921 gevraagd om te spreken op de jaarvergadering van de Ver-
eniging voor Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag. Hij moest
helaas vanwege zijn drukke werkzaamheden weigeren, maar enkele jaren
later, op 2 juli 1924 spreekt hij wel, zijn onderwerp was: „De Geloofsover-
tuiging van Willem van Oranje" en deze studie werd door de Vereniging
gepubliceerd.
Toen Breen 25 jaar adjunct-archivaris was werd hij op 20 november 1919
gehuldigd. Bij die gelegenheid roemde mr. W.R. Veder, de Gemeente-ar-
chivaris van Amsterdam, zijn bescheidenheid, eenvoud, vriendelijkheid en
behulpzaamheid.
42
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's