Wetenschap en rekenschap - pagina 516
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C S A N D E R S / L K A EISENGA
keuze kan aanvoeren
Dat laatste klemt temeer daar de grote „theorie-lading" (Hesse, 1970) van obser-
vatiegegevens omtrent gedrag dat cognitief van aard is, uiteraard belangrijke
gevolgen bezit voor de toetsing van hypothesen binnen de theorie van uitgang
Vragen over de draagwijdte en de generahseerbaarheid van onderzoeksresultaten
dienen zich onvermijdelijk aan
Nog om een andere reden blijkt de problematiek van de toetsing veel gecompli-
ceerder te liggen dan men voor de zeventiger jaren dacht De reden daarvoor is dat
men binnen het poppenaanse kamp waar men geconcentreerd blijft op „the
context of justification", op de ontwikkeling van het falsificatieprmcipe wijst
(Lakatos, 1970) Die ontwikkeling kenmerkt zich door de thans vigerende, ge-
nuanceerde omschrijving van het falsificatie-prmcipe Falsifiëren betekent in de
jaren zeventig een theorie die door „tegenvoorbeelden" ontkracht is pas verlaten
indien er een alternatieve theorie beschikbaar is, die minder deject is Falsificatie is
dus thans een relatieve en geen absolute zaak meer
In deze ontwikkeling zit een duidelijke verschuiving van het accentueren van de
rol die de empirie in het wetenschappelijk bedrijf speelt, naar die van het theore-
tiseren De discussie over de waarde en de relevantie van de gangbare methodo-
logie van de psychologie is nog in volle gang Men hoort daarbij geluiden die de
doeltreffendheid van de hypothetico-deductieve methode in twijfel trekken, an-
deren verdedigen haar Het is tekenend voor de situatie dat een vermaard psy-
choloog een publicatie het licht deed zien die tot titel heeft „In defence of em-
piricism " (Broadbent, 1973) Tot in de jaren zestig was het ter discussie stellen van
het „empincisme" een onvoorstelbare zaak De rol van de empirie wordt minder
beslissend omdat het empirisch gegevene vaak niet in al zijn werkzame determi-
nanten voor het bestudeerde gebeuren te vatten valt Een ingebracht tegenvoor-
beeld behoeft een hypothese niet te ontkrachten Men kan dat voorkomen door
het opperen van ad hoc hypothesen inzake met-onderkende empirische determi-
nanten Eigenlijk gaat dat in de richting van de door Holzkamp aangeprezen
strategie, om de oorzaak van een falsificatie primair aan „storende Bedingungen"
te wijten
Die strategie is niet onder alle omstandigheden verwerpelijk Dat wordt zij pas als
ZIJ gebruikt gaat worden om coüte que coüte vooropgezette ideologische uit-
gangspunten te „realiseren" Vooral bij het toetsen van ecologisch meer valide en
derhalve complexere hypothesen, zoals die in de niet-behavionstische psychologie
voorkomen, kan het gerechtvaardigd zijn om ad hoc hypothesen in te voeren
Het studentenverzet
Een laatste ontwikkeling die van invloed geweest is op de gang van zaken binnen
de subfaculteit der psychologie, was het studentenverzet dat zich aan het einde van
de jaren zestig baan brak Zonder daar diep op te willen ingaan, kan gesteld
510
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's