Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 39
de Griekse en Romeinse schrijvers. Ik had daarvoor
uitstekende leraren, (prof.) dr. J.C. Kamerbeek en dr.
H. Bolkestein —dat waren geleerden! — van wie je de
indruk kreeg dat de antieke literatuur ook veel voor hen
zelf betekende. En gaandeweg is die aantrekkingskracht
op mij groter geworden. En waar zit dat dan in, zul je
vragen....
Soms denk ik wel: ze hebben als eersten in Europa van alles
geprobeerd en al gauw een hoog niveau bereikt. Als je naar
hun literaire stijlen kijkt, dan zie je in de eerste eeuwen een
poging om nieuwe genres te proberen en te ontwikkelen. Je
krijgt die volgorde van epos, lyriek, tragedie, komedie, de
opkomst van het proza — allemaal vormen die een eeu-
wenlange traditie hebben opgeleverd. Dan zeg ik: er is een
voortdurend pogen een nieuwe grens te vinden, en dan
weet ik wel dat ik een enigszins scheef beeld geef, want die
ontwikkelingen hebben wel enige eeuwen in beslag geno-
men. Maar goed, die pogingen waren er dan toch. Daar-
naast waren ze sterk op het verleden gericht. Soms was dat
een drukkende last.
Je hebt een mooie uitspraak van een man uit de vierde
eeuw voor Christus, die erop neerkomt dat hij met jaloezie
kijkt naar het verre verleden, toen nog niet alles gezegd
was!
Dan, in die hele literatuur zit een element van nieuwsgie-
righeid. Ze hebben zo vaak gedacht: hoe zit dat nu in
elkaar, hoe is dat nu verlopen? En dan, hun formulering
van menselijke problemen, hun weergave van menselijke
situaties. Ze vertonen zoveel overeenkomst met wat we zelf
ook tegenkomen en vooral de grote klassieke schrijvers
hebben die situaties op een heel indrukwekkende manier
onder woorden gebracht.
Daarbij denk ik niet alleen aan de tragedies, ik denk ook
aan het geweldige plezier dat je kunt beleven bij het lezen
van de komedies van Aristofanes. Het lukt me bijna nooit
om, als ik een komedie moet bestuderen, bij vers één
beginnend, met de commentaren erbij, het lukt me bijna
nooit om dan aan de bestudering van die tekst te blijven: na
een aantal verzen lees ik met plezier, grinnikend, lachend,
alléén de tekst, en als ik het stuk heb uitgelezen, dan pas
begin ik weer de commentaren erbij te halen.
Alles bij elkaar dus: om allerlei redenen vind ik Grieks een
mooie taal, en bijna altijd sla ik een Griekse tekst met
genoegen op."
35
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's