Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 127
als een beschermend instituut dan als een bewuste keus
voor een bepaalde kijk op de wetenschap en de samenhang
daarvan met de maatschappij. Eerst langzamerhand heb ik
ontdekt wat de V. U. nog méér, ja wat de V. U. eigenlijk was
en is.
Overigens moet ik zeggen dat in 1953 het beeld van de V.U.
nog nauwelijks verschilde van dat van vóór de oorlog. De
uiterlijke tekenen van dat beeld heb ik onlangs nog eens
gezien op een V.U.-film uit 1953, en ik herinner mij dat wij
als eerstejaars niet op de colleges werden toegelaten door
de ouderejaars als wij geen strop droegen of een jasje aan
hadden. Volstrekt vanzelfsprekend vond ik het openen
met gebed van het eerste college van iedere dag. Het was
voor mij een voortzetting van het patroon van het christe-
lijk onderwijs op lagere en middelbare school.
De studenten waren destijds ernstiger en sommige studen-
tenverenigingen konden een vergelijking met de jonge-
lingsvereniging wellicht doorstaan. Ad Valvas, in 1953
voor het eerst uitgekomen, was niet meer dan een medede-
lingenblaadje, en de aandacht voor vragen op het gebied
van het bezig zijn als christen in de wereld werd toch vooral
gewekt door de studentenpredikanten in hun blaadje Ser-
mo.
Dat beeld van de V.U. heeft zich uiteraard gewijzigd.
En niet alleen is de V.U. veranderd, maar ik leerde ook
beter kennen wat de V.U. reeds in '53 was en beoogde.
Kijk ik nu tegen de V.U. aan, na zevenentwintig jaar in
diverse kwaliteiten voor haar te zijn bezig geweest, dan
heeft zich niet alleen het uiterlijke beeld, maar ook het
eigenlijke werk veranderd aan de V.U.
Over dat uiterlijke beeld hoeven we niet lang te praten. De
student, gekleed in spijkerbroek, is opener, lijkt ook iets
minder beschaving te hebben, maar is ook veel meer
geëngageerd en is intenser bezig met de vraag wat hij met
zijn kennis aanmoet.
De docent heeft een kleinere afstand tot de student en is
bereid openlijker dan vroeger te erkennen dat ook hij zijn
beperkingen heeft. En de staf en het personeel laten veel
meer dan vroeger iets van zich horen en tonen terecht een
deel van de V.U. te zijn. Betreffende het werk proef ik
vandaag veel meer, en, als ik mij niet vergis, ook veel
zuiverder dan vroeger, het verlangen om te werken in
overeenstemming met de doelstelling: het dienen van God
en zijn wereld.
Wat betekent dat laatste?
123
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's