Wetenschap en rekenschap - pagina 562
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J KLAPWIJK
De religieuze antithese
C Veenhof heeft Dooyeweerds filosofie eens getypeerd als „kuypenaanse filoso-
fie" " Dit is mzoverre juist dat Dooyeweerd vanuit zijn boven aangeduide
„transcendentale kritiek van het theoretisch denken" voor het overige veelszins de
lijn aanhield van Kuyper, zoals ook Vollenhoven op zijn wijze zocht te doen
Curieus is in dit verband dat Vollenhoven en Dooyeweerd in dejaren dertig aan de
V U met name vanuit de theologische faculteit fel werden aangevallen juist
vanwege beweerde ontrouw aan Kuyper en de gereformeerde traditie Gerucht-
makend werd de brochure-reeks van de dogmaticus V Hepp Dreigende defoimatie
(1936-37), waarin hij, zonder namen te noemen, zich telkens heftig keerde tegen
„het afwijkende gevoelen" Wat was de ware Kuyper, die van de gerefor-
meerd-scholastische traditie of die van het Calvijns-reformatonsch ReveiP Ik
meen te moeten zeggen Kuyper was beide Anders dan Hepp had Dooyeweerd
echter de onverbindbaarheid van beide lijnen door en deed hij een keus tegen de
invloeden van de traditie, voor de intenties van de reformatie
De wijsbegeerte der wetsidee is in ieder geval hierin kuyperiaans, dat zij nadruk-
kelijk uitgaat van het beginsel van de religieuze antithese Wel moet hier onmid-
dellijk aan worden toegevoegd, dat Dooyeweerd de antithese steeds heeft willen
verstaan als een „scheiding der geesten" vanuit het wereldwijde conflict tussen
Christus en Satan om het behoud van Gods schepping Hiermee nam hij afstand
van Kuyper, voor wie de antithese niet maar een geestelijke scheiding doch tevens
een organisatorische tweedeling was, waarmee christelijke partijvorming ,,op alle
terreinen des levens" en daarmee de verzuiling van een christelijk volksdeel werd
gelegitimeerd Een nauwelijks verholen kritiek op Kuyper in aansluiting bij Ba-
vinck klinkt door als Dooyeweerd schrijft „De antithese is dus geen scheidingslijn,
die een ,christelijk volksdeel' tegenover een anti-christelijk plaatst Zij is de on-
verzoenlijke strijd tussen tweeërlei geestelijk beginsel, die door heel de mensheid
heengaat en die geen veilige kaders van christelijke levensvormen eerbiedigt"
(VB 3), en „die zelfs dwars door de existentie van ieder Christen persoonlijk
heengaat" (WdW I 492)
Deze beginselenstnjd werkte Dooyeweerd uit voor wat de geschiedenis der wijs-
begeerte betreft in zijn leer van de religieuze grondmotieven van het Avondland
(RS 17, VB 14) Hierin werd het christelijk grondmotief van schepping, zondeval
en verlossing, merkwaardig genoeg, gesteld niet tegenover een maar tegenover
drie andere grondmotieven het Gneks-hylemorfistische het middeleeuws-scho-
lastische en het modern-humanistische Op deze manier zocht Dooyeweerd in
concreto en in extenso aan te tonen, hoe de religie en de antithese langs de weg van
religieuze grondmotieven en theoretische wetsideeen metterdaad heel de geschie-
denis van het westerse denken met al haar collisies en confiikten beheerst hebben
en nog beheersen
556
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's