Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 352
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
Uil
(9/10-11-81 en 30-1-83). Ze durft dan ook te schrijven over haar idealen.
„Weet je wat mijn illusie zou zijn (om nu ook eens luchtkasteelen te
bouwen) Om in een land waar de natuur mooi en het klimaat gematigd is
met al mijn jongens bij elkaar, althans de besten ervan, die zendeling of
schoolmeester willen worden samen te wonen in een groot huis, waarin ik
alles naar mijn plezier voor ze kan inrichten. Ze gaan overdag ieder hun
werk doen en onderwijl maak ik alles voor ze in orde om ze 's avonds te
verkwikken na wel volbrachte dagtaak. Ze vertellen dan onder den maal-
tijd bij ons gezellig samenzijn elk van hun ondervindingen van den dag. En
natuurlijk valt er dan eens te troosten en op te beuren en dan weer te
bemoedigen en zich te verblijden. Soms zijn er zieken te verplegen, die,
eenmaal aan 't herstellen, zoo prettig en gezellig zijn dat ik met angst de tijd
te gemoet zie dat zij weer met de rest meegaan aan 't werk. Of gij ook in ons
établissement moogt komen? Ik zal er nog eens over denken... " (30-1-83).
Maar pas tegen het einde van haar brieven komt de volgende confidentie:
„Neen de groote vriend, mijn held die een volmaaktheid was in mijn oogen
en waar ik met den grootsten kinderlijken eerbied en toch ook met een
zeker vertrouwen tegen op zag, was uw Vader! O hoe alles overtreffend
heerlijk was het hem te hooren, hem te zien. Sedert onze eerste kennisma-
king in de Elandstraat te Amst(erdam) als lOjarig kind kende ik geen
grooter geluk dan iets, wat dan ook, van hem te merken... Hij was dan ook
bijzonder lief voor kinderen, uw Vader. En juist omdat hij zoo uitstekend
het talent had kinderharten te winnen, vind ik het zóo treurig dat zijn eigen
kind gekwijnd heeft door gebrek aan liefde en têerheid" (Julius had haar
zijn „autobiografie" toegezonden) „Nu daaromtrent deelde ik wel een
beetje in hetzelfde lot, want mijne lieve moeder, hoe uitstekend zorgvuldig,
redzaam en flink ook in alle omstandigheden zeide dikwijls mij niet te
begrijpen. Dit voelde ik dan ook opperbest en het was een heele pil te
slikken voor zoo'n sentimenteel kind als ik was. . . Nu, dit is alles lang
voorbij. Wij spreken er samen nog wel eens over en ik geloof wel dat mijne
goede moeder over vele zaken nu anders denkt dan toen. . . Kind te zijn
met kinderen, dat is het groote geheim... Soms zou ik alles willen geven om
moeder te zijn, zoo'n gevoelig, teer, lieftallig wezentje het mijne te mogen
noemen, en de overtuiging te hebben: dat kind hangt mij aan, omdat ik zijn
moeder ben; er bestaat een nauwen onverbreekbaren band door de natuur
of liever door God zelf gelegd en dan weer wordt het mij bij de gedachte
van de vreesselijke verantwoordelijkheid zóo benauwd dat ik God dank
geen kind te bezitten!" (26-3-86). Zulke dingen schrijft men alleen aan
iemand van wie men volkomen zeker is. Ongemerkt is de vriendschap
tussen Juhus en Elisabeth in hefde overgegaan. Maar wanneer en hoe blijft
hun geheim.
Slot
Juhus Esser wilde niet deserteren van zijn post, en ook niet tussentijds met
336
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's