Wetenschap en rekenschap - pagina 577
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR FILOSOFIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
heeft en inspireert Binnen, maar voor een niet onbelangrijk deel ook buiten de
centrale interfaculteit
In Van Riessens denken komen mijns inziens twee lijnen samen De eerste lijn is
uitgezet door Dooyeweerd Het is een kritische lijn De tweede lijn is uitgetekend
door Vollenhoven Het is een comprehensieve lijn, de lijn van een omvattende
schriftuurlijke of, zoals Van Riessen ook wel zegt, schriftmatige filosofie In de
eerste lijn dringt het wijsgerige denken naar zijn grenzen en voorondersteUmgen
In de tweede lijn begint Van Riessen als het ware aan gene zijde van de grens en
zoekt de wijsbegeerte naar een wijsheid waarvan het begin en beginsel overeen-
komstig de Schrift gelegen is in „de vreze des Heren" (Spr 9 10) Deze twee lijnen
nu wil Van Riessen gezamenlijk en gelijktijdig in zijn filosofie tot haar recht laten
komen „Onze beschouwing heeft geleid tot de wezenlijke verbinding tussen de
wijsheid en de grensvragen" (Wb 19)
De kritische lijn wordt door Van Riessen zichtbaar gemaakt in een brede bespre-
king van Dooyeweerds transcendentale kritiek, waarin hij aanknoopt bij een
eerder gememoreerd argument van Zuidema Dooyeweerds benadering en be-
doeling wordt afgewezen, omdat een strikt theoretisch bewijs dat alle theorie
religieus bevooroordeeld is zijns inziens de tegenstander niet overtuigt, veeleer als
een boemerang werkt De conclusie slaat immers terug op de gevolgde bewijs-
voering, ook deze moet reeds religieus bevooroordeeld zijn en mist dus overtui-
gingskracht Dooyeweerd zit met andere woorden in een „vicieuze cirkel" gevan-
gen (Wb 129) Zijn oogmerk om langs de weg van een transcendentale kritiek het
gesprek tussen de verschillende wijsgerige richtingen open te houden of open te
breken is tot mislukken gedoemd Het stellig beroep op een structurele stand van
zaken, in casu op de synthetische structuur van het theoretisch-wetenschappelijke
denken, waar toch ook de niet-chnsten denker zich rekenschap van zou moeten
geven, vindt bij andersdenkenden geen gehoor (Van Riessen heeft trouwens zelf
reeds een andere kijk op de structuur van de wetenschap, zie vervolg) Ook in de
transcendentale kritiek zijn stelling en onderstelling, theorie en religie niet te
ontkoppelen (Wb 131)
Als ik het goed zie, staat Van Riessen op dit punt niet zo ver van Van Peursen, die
X eveneens de wereld zo nauw betrekt op de mens, ook in diens religieuze diepgang,
dat een beroep op een feitelijke en structurele stand van zaken gewoon niet
overkomt Wat is dan het oogmerk van een transcendentale kritiek volgens Van
Riessen'' Niet zozeer eenheid met andersdenkenden als wel de eenheid van we-
tenschap en geloof
Comprehensieve filosofie en communicatie
Hier kom ik op wat ik zie als de tweede, de comprehensieve lijn van Van Riessens
denken Trancendentale bezinning op empirie en theorie dringt zijns inziens niet
maar (met Dooyeweerd) tot aan de grenzen van het wetenschappelijk denken
571
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's