Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 219
KS>
alle vormen van „natuurlijke" {redelijke) theologie. Na-
tuurlijk biedt het geloof in Christus verlossing, leven,
overvloed. Maar het is een farce om buiten het geloof om
aannemelijk of, zoals het dan heet, plausibel te maken in
ogenschijnlijk algemeen aanvaarde begrippen dat het
christelijk geloof welzijn-bevorderend, toekomst-ope-
nend, bevrijding-biedend, maatschappij-hervormend of
iets dergelijks zou zijn. Zulke redeneringen —waarvan
men dan als vanouds leentjebuur gaat spelen bij de filoso-
fie — zijn voor de christelijke theologie uitermate link. Ze
zijn — zoals de profeet Jesaja het zo snedig uitdrukt — een
riet waarop je leunt, maar pas op, even later doorboort het
je hand. Het argument erachter is heel sympathiek, name-
lijk: wij willen de weerstanden die de moderne mens heeft
tegen de onbegrijpelijkheid van het geloof zoveel mogelijk
wegnemen. Maar ik heb nooit meegemaakt dat een mens
werd overtuigd door redelijke argumentatie om GOD te
zoeken. De geschiedenis van kerk en theologie is echter wél
vol van voorbeelden, waarbij het geloof zich aanvankelijk
bediende van filosofische bewijsvoeringen, maar later
volslagen gedesoriënteerd werd toen deze bewijsvoeringen
weer achterhaald werden.
Ik zeg deze zaken met een lichte schroom, omdat ik de
suggestie wek dat het geloof iets irrationeels zou zijn. Maar
op dit punt zou ik willen herinneren aan een woord van
Pascal: Le coeur a ses raisons, que la Raison ne conndït
pas, het hart heeft zijn eigen redenen, die de Rede niet kent.
Met andere woorden: geloven is niet tasten in het duister,
maar wandelen in het licht van Gods Woord. En de Rede
kan dat licht niet versterken, wél er afbreuk aan doen!
Ik voeg er nog iets aan toe. Er dient zeker ruimte te zijn
voor een vak als godsdienstfilosofie, maar je zou haar wel
moeten schoeien op een betere leest."
Hoe denkt u over de massificatie aan de universi-
teit?
„Dat is een groot probleem. Het hoofdgebouw van de
Vrije Universiteit aan de De Boelelaan heet het grootste
gebouw van Amsterdam te zijn. Het zal best waar zijn,
maar ik ben daar dan niet verrukt van.
Universiteiten moeten een behoorlijk studentenbestand
hebben, willen ze voldoende specialisatie tot zich kunnen
trekken, maar bij 10.000 studenten ligt voor mij de limiet,
en wij zitten er al boven."
215
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's