Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 231
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
den gelden. Van de (latere) leer van de twee zwaarden moet Kuyper
natuurlijk niets hebben. De overheid moet Gods dienares zijn, niet van de
kerk of de paus. De sympathie voor Nicolaas' diepste motieven noopt
Kuyper evenwel om de pauselijke usurpatie in een zo gunstig mogelijk
daglicht te stellen.
,.0f het. . den paus ten kwade is te duiden, dat hij zulk een houding aannam, zulk een
taal zich veroorloofde, kan men in twijfel trekken Van een wettelijk en rechtelijk stand-
punt moeten wij hem stellig veroordeelen, en wij kunnen alleen daarom vrede met dit alles
hebben, wijl zijn zaak die der onschuld en deugd was, die tegen onmenschehjke wreedheid
en bandelooze wellust werd verdedigd En mogen met altijd even zuivere drijfveeren
hierbij den paus hebben geleid, wij zegenen "t dan toch, dat die pauselijke macht, waar ze
met was tegen te houden, door verdediging van de rechten der menschheid zich geducht
trachtte te maken" "'^
Ook de „met onverbiddelijke strengheid" doorgevoerde centralisatie der
kerkelijke macht vindt daarin haar verontschuldiging.
., "L'église c'est moi'"''' is het devies van Nicolaas" gansche systeem. Meer dan ooit
tevoren treedt onder hem het zedelijk karakter van den Roomschen Stoel in 't licht
handhaver der deugd, beschermer der onschuld, vredevorst zijn de eeretitels. die hij.
althans in 't oog der wereld, zich verwierf' '''
Pauselijke machtsuitoefening en maatschappelijke hervorming vormen
dus geen tegenstelling. Het tweede onderstelt juist het eerste. De ware
humaniteit maakt in de nog half barbaarse Karoüngische tijd geen enkele
vordering zonder de prediking ener kerk, die althans het ideaal voor- en
hooghoudt, en ook tucht uitoefent over haar leden. Dat inzicht leidt Ni-
colaas tot een groeiend besef van zijn providentiële roeping. Kuyper
schrijft deze gedachtengang weliswaar mede aan Nicolaas' „persoonlijk-
heid" toe en trekt de zaak daarmee iets te veel in het psychologische vlak,
maar ook in de bewuste passage — waarin hij Nicolaas' „gevoel voor
anderen" bespreekt — blijkt de paus meer nog door heilige verontwaardi-
ging over wat hij aan onrecht om zch heen zag, gedreven te worden dan te
handelen overeenkomstig een aangeboren karaktertrek. Zo komt Kuyper
tot de volgende apologie van Nicolaas' kerkelijk machtsstreven:
„Gevoel voor anderen moest hem ontevredenheid inboezemen met de bestaande orde
der maatschappij Het moest hem schokken, dat de zedeloosheid voortging met klim-
mende stoutheid den geestelijken en maatschappelijken bloei van 't menschdom te on-
dermijnen Het moest hem grieven, dat 't bloed van den onschuldige straffeloos werd
vergoten, dat 't recht van den weerlooze roekeloos werd vertrapt En zag hij dan rond naar
middelen om dat kwaad te stuiten, vanzelve trad de kerk voor hem als de eenige hand-
haafster der deugd, de laatste heul voor de verdrukte onschuld Van haar alleen kon hij
dus redding voor 't tegenwoordige, verbetering voor de toekomst verwachten" '"''
Niets menselijks was hem vreemd. Kuyper stelt nadrukkelijk vast, dat
Nicolaas' „hefde voor Rome's stoel" gepaard ging met „zucht naar eigen
grootheid".^^ Die grootheid is echter geen doel in zichzelf, maar een mid-
del om „de kerk in 't gareel te houden". En waartoe dient dan die kerk?
215
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's