Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 239
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
verkozen levenswijze over te geven. In een vanwege de onherbergzaam-
heid ,Malavalle' genoemd bergdal bij Castiglione della Pescaia in het
bisdom Grosseto bouwde Wilhelmus in september 1156 met hulp van
mensen uit de omgeving een bescheiden hut. Alleen een zekere Albertus,
die hem sinds het begin van 1156, dat is na zijn verblijf op de Monte Pisano,
als zijn bediende en leerhng had gevolgd, zou hier bij hem blijven. Onder
voortdurend gebed wijdde hij zijn dagen aan de ontginning van de woes-
tenij rondom zijn kluis. Teneinde zijn begeerten te doden, nam hij maar
heel weinig voedsel tot zich, en werden de nachten voor een deel wakend
doorgebracht. Ook beoefende hij een vorm van zelfkastijding door dag en
nacht op het blote lijf kettingen te dragen.
Onder deze barre omstandigheden kwam Wilhelmus op 10 februari
1157, tijdens de eerste winter die hij in Malavalle doorbracht, te overlijden.
Kort voor zijn dood had zich nog een tweede leerling bij hem aangesloten,
de geneeskundige Reinaldus.
Hiermee is de hoofdzaak weergegeven van wat wij van het leven van Wilhelmus van
Malavalle afweten. De meeste bijzonderheden hebben wij te danken aan Albertus. die een
aantal jaren na de dood van zijn leermeester een korte biografie op schrift stelde. Het is
opmerkelijk dat dit leven van Wilhelmus min of meer verdrongen is door een omstreeks
1300 geschreven veel minder betrouwbare compilatie. De auteur daarvan is de Cister-
ciënzer Theobaldus, wellicht uit een Nederlandse abdij. Deze versie is op vele plaatsen
afgedrukt en is zelfs doorgedrongen tot in de liturgische boeken van de Wilhelmielen.
Theobaldus baseert zijn verhaal op de veronderstelling dat Wilhelmus van Malavalle
dezelfde is als hertog Willem X van Aquitaniè. en hanteert als centraal motief de bekering
van de hertog, nadat Bernardus van Clairvaux hem had afgebracht van zijn aanvankelijke
stellingname ten gunste van de tegenpaus Anacletus II. Daarna volgt een beschrijving van
de boetetochten en het verhaal van de vestiging als kluizenaar in de Toscaanse bergen.
Van dit alles blijft maar weinig over wanneer wij vaststellen dat deze hertog van Aquitanië
al in 1137 is overleden — tijdens een boetetocht naar Compostella, dat wel —, en nooit de
lasten van het kluizenaarsbestaan heeft gedragen.
De geschiedenis van de ,Ordo Eremitarum S. Guilielmi' begint pas na de
dood van Wilhelmus van Malavalle. Deze heeft, zoals wij gezien hebben,
gedurende de laatste periode van zijn leven bewust afgezien van het voor-
nemen om onder zijn leiding een kloosterachtige gemeenschap van klui-
zenaars tot stand te brengen. De impulsen die naderhand de nieuwe
kloosterorde van de grond zouden doen komen, waren bovendien, voor-
zover ze van Wilhelmus uitgegaan waren, niet bijzonder krachtig. Wilhel-
mus het zijn leerling Albertus niet meer na dan zijn onderwijzingen, uit-
gesproken in „verba nuda tamen catholica et utilissima", eenvoudige maar
toch katholieke en zeer doeltreffende bewoordingen. Wel had hij al bij zijn
overlijden in Toscane een roep van heiligheid.
Er waren echter krachten die het ontstaan van de Wilhelmietenorde
bijzonder bevorderd hebben. Juist in de tweede helft van de twaalfde eeuw
beleefde de kluizenaarsbeweging in Toscane een ongekende groei, en de
bezoekers van Wilhelmus' graf hadden een groot aantal meer of minder
georganiseerde heremietengemeenschappen als voorbeeld. Verder ging er
223
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's