Wetenschap en rekenschap - pagina 552
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. KLAPWIJK
geijkte leer van de twee „incomplete substanties" (HO II 287-291), die tezamen de
mens zouden constitueren als „substantia completa" (GE I 481,483, 517). Vaak
ook ging Geesink meer biblicistisch dan filosofisch of theologisch te werk. Op
ogenschijnlijk bijbelse gronden kon hij de leer van de plantenziel verwerpen en
daarentegen het bestaan van de ziel van dier en mens verdedigen (HO II 173).
Wel is van belang, dat Geesink zich aan de V.U. steeds duidelijker afzette tegen de
zogenaamde vermogenspsychologie, waarvan hij aanvankelijk een warm voor-
stander was geweest (GE I vi). Verstand, wil en gevoel zijn zijns inziens geen
zelfstandige vermogens van de ziel. Het zijn „functies" die uitgaan van iets dat
meer centraal is in de menselijke psyche, te weten het menselijk ik: Het is niet het
verstand dat denkt in mij, maar ik denk enzovoort (GE I 494 sqq). Deze functie-
leer zou naderhand, evenals trouwens Geesinks onderscheid van natuurwetten en
normen en zijn opvatting van de relatie God, wet en kosmos, worden opgenomen
en uitgewerkt door Vollenhoven en Dooyeweerd.
Bavinck in vergelijking met Kuyper
In de context van de filosofie-beoefening aan de V.U. mag Bavinck niet onvermeld
blijven. H. Bavinck (1854-1921) was aanvankelijk hoogleraar aan de Theologische
Hogeschool te Kampen, eerst sedert 1902 dogmaticus aan de V.U. Wellicht meer
dan één van zijn mededocenten besefte Bavinck het gebrek aan een eigen filoso-
fische systematiek aan de V.U. Op latere leeftijd heeft hij dan ook ernstig over-
wogen zijn theologisch professoraat neer te leggen om de hem resterende tijd en
krachten geheel te kunnen wijden aan de opbouw van een christelijke filosofie.'^
Het is er nooit van gekomen. Ook Bavincks wijsgerige inzichten zijn slechts
gedeeltelijk uitgewerkt en her en der gepubliceerd. Ik denk hier met name aan de
Prolegomena (deel I) van zijn Gereformeerde dogmatiek, die overigens reeds in
1895, dus nog in zijn Kamper periode (een jaar na Kuypers Encyclopaedie),
verschenen, voorts ook aan zijn Stone-lezingen Wijsbegeerte der openbaring
(1908), zijn Paedagogische beginselen (1904) en vele andere geschriften.
In allerlei opzicht is Bavinck als theoloog en wijsgeer een geestverwant van Kuyper
geweest. Toch bleken er tevens, reeds bij het verschijnen van de Gereformeerde
dogmatiek, opmerkelijke verschillen van inzicht tussen beiden te bestaan, met
name ook inzake de filosofische onderstellingen van hun werk, verschillen die ook
in latere wijsgerige discussies aan de V.U. weer een rol zouden gaan spelen.
Medestander van Kuyper was Bavinck vooral inzake het reformatorisch
uitgangspunt. Bavinck keerde zich welbewust tegen het scholastieke supranatu-
ralisme van Rome vanuit de reformatorische overtuiging, dat de boodschap van
het christelijk geloof niet gevat kan worden vanuit de voorstelling van een natuur
die moet worden opgeheven tot het niveau van de genade (genade als bovenna-
tuurlijke werkelijkheidsorde) maar vanuit de voorstelling van een creatuur (na-
tuur) die, eenmaal afgevallen, moet worden hersteld door genade (genade als
546
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's