Wetenschap en rekenschap - pagina 369
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE VRIJE UNIVERSITEIT EN DE G E S C H I E D W E T E N S C H A P P E N
Bronnenuitgaven en hun gebruik
Uitdrukking van dit geloof en tevens program voor de toekomst was het terecht
vermaard geworden „Overzicht van door bronnenpublicatie aan te vullen leemten
der Nederlandse he geschiedkennis". Het verscheen in 1904, op initiatief van wat
toen nog heette de Commissie van Advies voor 's Rijks Geschiedkundige Publi-
catiën, de voorloopster van de huidige Rijkscommissie voor Vaderlandse Ge-
schiedenis. Deze commissie, ingesteld in 1902, had onmiddellijk in haar eerste
vergadering aan Blok en Colenbrander „een onderzoek opgedragen naar de
leemten in het beschikbaar bandmateriaal tot de studie der vaderlandsche ge-
schiedenis en naar de bronnencomplexen, waaruit deze leemten geleidelijk zou-
den zijn aan te vullen".' Die eigenaardige term, „beschikbaar bandmateriaal", is
een door de commissie aangemunt neologisme voor bronnenuitgaven, die de
geschiedschrijving zouden kunnen ondersteunen van de Romeinse tijd af tot —
voorlopig — het jaar 1840. De bedoeling wordt wellicht het duidelijkst uitgedrukt
bij de beschrijving van het eerste desideratum, die de opzet schetst van de later
verschenen Excerpta Romana: „de studie der oorsprongen onzer geschiedenis
wordt bemoeilijkt door het verspreid liggen der gegevens in tal van teksten uit den
Romeinschen tijd; teksten, die niet in hun geheel voor de geschiedkundige ont-
wikkeling van de thans tot ons land behoorende streken van waarde zijn, maar
waaruit een meer of min aanzienlijk, meest geen zeer gemakkelijk in het oog
vallend deel. door ons bepaald moet worden gekend. Het komt in aanmerking,
deze plaatsen bijeen te brengen tot een zooveel mogelijk overzichtelijk geheel".*
Dan heeft men alle bronnen in één boek bij elkaar. Voor de latere tijdvakken lag
het minder eenvoudig. Maar toch heeft ook het laatste voorstel in het Overzicht
gedaan, wel degelijk de bedoeling, de grondslag te leveren voor de geschied-
schrijving van de negentiende eeuw: de serie „Gedenkstukken der algemeene
geschiedenis van Nederland na 1795". Colenbrander, die zich met deze uitgave
belastte, heeft op de bronnenpublicatie dan ook een reeks verhalende werken
laten volgen, waarin hij op basis van zijn eigen documentenselectie een halve eeuw
geschiedenis vastlegde.
Heeft Colenbrander deze boeken geschreven, omdat er een goede bronnenpubli-
catie was? Ja, maar eigenlijk moeten we het omkeren. Colenbrander is bronnen
gaan uitgeven, omdat hij deze boeken wilde schrijven. Hij beschouwde een ge-
schiedenis van het negentiende-eeuwse Nederland als dringende noodzaak, om de
beschamende achterstand op andere landen in te lopen.' Een voorbereidende
bronnenpublicatie zou daartoe de weg effenen. Colenbrander wilde dus net als
Fruin alleen schrijven als de bronnen waren uitgegeven. Maar er is een verschil, en
dat verklaart meer dan de door Romein gesignaleerde overvloed van bronnen,
waarom deze generatie zulke omvangrijke geschriften heeft nagelaten. Zij waren
niet zoals Fruin uit op de precisering van het détail. Zij meenden dat de tijd was
aangebroken voor de grote synthese. De kritische historici van de negentiende
363
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's