Wetenschap en rekenschap - pagina 536
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J KLAPWIJK
Reformatie en scholastiek
In aansluiting bij Calvijn heeft Kuyper van meet af de noodzaak van een „calvi-
nistische" wijsbegeerte beklemtoond Dit hangt samen met Kuypers zicht op het
calvinisme In het Europa van de nieuwe tijd zag hij namelijk de worsteling gaande
tussen het modernisme, het romanisme en het calvinisme als drie omvattende
levens- en wereldbeschouwingen die streden om de ziel van de mens Onder het
modernisme verstond Kuyper het geseculariseerde denken sedert de Franse revo-
lutie, het totaal van alle ongeloofstheoneen van zijn tijd En omdat het modernis-
me pogingen deed de wereld te verklaren en de mens te begrijpen buiten het geloof
en buiten de bijbelse openbaring om, werd het bestreden Dus kon ook de mo-
derne, humanistische filosofie, in welke vorm of variant ze zich ook voordeed, in
de ogen van Kuyper geen genade vinden
Kuypers bezwaren tegen het romanisme waren niet minder groot Het romanisme
was voor hem de levens- en wereldbeschouwing van het rooms-katholicisme Dit
romanisme was weliswaar allerminst afkerig van „christelijk denken", maar de
uitwerking van deze idee achtte hij bepaald niet onbedenkelijk Het romanisme
beoogde namelijk een synthese, dit is een wederzijdse aanpassing of accomodatie
van het christelijk geloof en de zogenaamde natuurlijk rede van de mens Met deze
idee van de natuurlijk rede en met deze poging tot synthese gaf het katholicisme
echter te kennen, dat het zich niet had losgemaakt van de voorchristelijke, antieke
filosofie Immers, in haar visie op de mens als een wezen dat van nature is
toegerust met rede, volgde de roomse, nader, de thomistische filosofie de Griekse
wijsbegeerte van Aristoteles, die het centrum van de mens, de zogenaamde „we-
zensvorm", gezocht had in de menselijke rede (waarmee de godheid als absolute
rede zou corresponderen) Geen wonder dan ook, dat Aristoteles de menselijke
rede had verzelfstandigd tot het autonome uitgangspunt van alle wijsgerig-we-
tenschappelijke bezinning
In het romanisme nu werd de poging ondernomen om deze waardering van het
redelijk vermogen van de mens aan te passen aan het gezag van de Goddelijke
Woordopenbaring Zo ontstonden de contouren van een scholastieke filosofie, met
name bij Thomas van Aquino Hiertoe werden twee terreinen onderscheiden, de
wereld van de natuur en die van de „bovennatuurlijke" genade Omdat de na-
tuurlijke wereld toegankelijk werd geacht voor de rede, kon in dezen de filosofie
van Aristoteles worden gevolgd De bovennatuurlijke wereld zou daarentegen aan
het oog van de natuurlijke rede onttrokken zijn en slechts ontsloten worden in de
Woordopenbaring, zoals deze door middel van de kerkelijke leer en m de theolo-
gische reflectie tot ons komt De onderlinge verhouding tussen beide terreinen
werd zo geconstrueerd, dat de natuur voortrap van de genade heette en omgekeerd
de genade de bekroning en vervolmaking van het natuurlijke leven Evenals nu de
natuur heette te zijn aangelegd op de genade werd ook de filosofie in spijt van haar
zelfstandigheid op het terrein van de natuur gezien als aangelegd op de theologie
als openbaringswetenschap, dienstbaar aan de ,,koningin der wetenschappen"
530
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's