Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 167
,,Een van de belangrijkste bezigheden is mensen inzicht te
verschaffen in andere bezigheden en inzichten dan waar-
mee ze zelf bezig zijn.
De universitaire democratisering is aan slijtage onderhe-
vig, maar persoonlijk zie ik in het proces dat nu een twintig
jaar aan de gang is een stuk vooruitgang. De opvatting
moet zijn de mensen elkaar te doen zien als medegéinteres-
seerden. Iedereen moet de gelegenheid hebben zijn mening
te zeggen, maar ieder heeft dan ook op zijn beurt de plicht
tot luisteren. Niet dat iedereen overal over zou moeten
meepraten; en het is ook niet zo dat men per se de ene of de
andere mening zou moeten volgen. Het begrip machtsuit-
oefening is voor mij in een democratie daarom ook een
paradox. Het zou zo moeten zijn dat men niét probeert een
machtspositie te verkrijgen, maar dat men het rentmeester-
schap met elkaar deelt, zodat een ieder zijn eigen rol daarin
kan spelen. En dit inzicht is in de afgelopen jaren echt niet
alleen van de studentenbewegingen afkomstig, het leefde al
eerder en het algemeen aanvaard worden van dit besefis
een grote verbetering. Want wanneer je enkel op jezelf bent
aangewezen, ga je wel eens als eenling het gevoel krijgen
van een goudvis in een kom: je kunt naar het wateropper-
vlak zwemmen om lucht te happen, maar je weet: hoger
kom ik nooit."
Dit zei prof. dr. D.T. Stahlie tot mij gedurende een
voorbespreking op woensdag 5 december 1979, toen wij op
zijn kamer in het gebouw van de V.U. spraken over zijn
ervaringen als bestuurder van de Vrije Universiteit.
Uiteraard kunnen in dit boek niet alle faculteiten en sub-
faculteiten speciaal aan het woord komen, maar één van
mijn gespreksgenoten in dit boek had mij toch de goede
raad gegeven om vooral ook een medicus van de V.U. voor
een gesprek uit te nodigen, omdat, zoals ze zei, de medische
faculteit toch een geheel eigen wereld vormt. Ik koos prof.
Stahlie, omdat hij tevens lid is van het college van bestuur
en dus ruim op de hoogte is met de universiteit als geheel.
Wij spraken bij die voorbespreking ook over zijn ervarin-
gen als zendingsarts, en dat aspect van zijn leven was voor
mijn besef erg bepalend in onze ontmoeting: hij werd wat
mij aangaat voor alles gekenmerkt door zin voor praktisch
christendom, waardoor de medische zending zozeer is
gekenmerkt.
Ik had hem verzocht mij bij de beantwoording van mijn
vragen één dag als zijn ,,leerling" te willen beschouwen,
163
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's