Wetenschap en rekenschap - pagina 338
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
G J DE VRIES
reeks dissertaties die onder zijn leiding vervaardigd zijn. Voor de ongetwijfeld
door de gedachten van de promotor bepaalde keus van onderwerpen kan men alle
respect hebben, mits niet verlangd wordt dat men die keus uit een „beginsel"
afleidt.
Een kleine zestig jaar later hoort men bij Sizoo nog een echo van die oratie. Maar
Sizoo laat terecht de logos-speculatie verdwijnen; daardoor echter vervalt het
programma meteen tot burgerlijkheid. Hij verlangt van „de Christenphiloloog
krachtens zijn aard meer belangstelling voor de bestudering van teksten . . . die
zich bezig houden met de centrale dingen van het menselijke leven, dan van
geschriften, die zich bewegen op het gebied van het onbeduidende en wufte". Dat
is in 1949 uitgesproken; daarna hoort men zo'n geluid niet meer. Sizoo wenste
„meer aandacht... voor de wijsgerige poëzie van Lucretius dan voor de lascieve
epigrammen van Martialis". Zij die na 1950 in de sectie gewerkt hebben en werken
sluiten de mogelijkheid niet uit dat ze, zonder de lasciviteit ervan te verbloemen, te
verheerlijken of te verontschuldigen, veel aandacht schenken aan die epigram-
men, hetzij wegens hun taalgebruik, hetzij wegens hun perfecte vorm.
Eerlijk interpreteren is en blijft onze taak. Al te vlot werken met „beginselen" stelt
bloot aan twee gevaren: het scheppen van ongefundeerde tegenstellingen en het
christianiserend annexeren. Geleid door een geloofsovertuiging de geesten on-
derscheiden is iets anders.
GEMEENSCHAP
De commissie van redactie verlangt ook een beschouwing van „de verhouding van
wetenschap en maatschappij". Gelukkig heeft ze vermeden te spreken over
„maatschappelijke relevantie".
Vooropgesteld mag worden dat wetenschappelijk werk op z'n minst óók zijn doel
in zich zelf heeft — in de kring van onze universiteit kan dit toch gezegd worden
zonder angst voor vergoding van de wetenschap. Als het er op aan komt, geschiedt
het werk „tot Gods eer" — zelfs het ergste misbruik dat van die wending gemaakt is
(en het is erg geweest) kan ze niet ontluisteren.
Verder leeft bij de classici het boven al gesignaleerde besef van verantwoorde-
lijkheid voor het bewaren en verklaren van exceptionele geschriften — en dat ter
wille van de gemeenschap (liever dit woord dan „maatschappij").
Naar buiten heeft onze sectie het meest gewerkt door leraren op te leiden voor het
onderwijs in de klassieke talen aan gymnasia en lycea (en tegen allerlei kwade
verwachtingen in hopen we dat ze dat nog lang zal kunnen doen). In dat onderwijs
heeft het afwijzen van het „tweede humanisme" zegenrijk gewerkt.
In 1880 was de „klassieke vorming" in hoge ere, en er bestond veel belangstelling
voor de antieke cultuur (dat kan men zeggen zonder de diepgang ervan te over-
332
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's