Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 254

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 254

2 minuten leestijd

Warner: ,,Ik heb gezegd: voor mij staat die officiële studie

toch op de tweede plaats; mij gaat het om de brede

vorming."

Jan:,,Maar dan bekijk je het wel op erg individuele wijze."

Warner: ,,Oké, daar neem ik dan genoegen mee."

Jan: „Terwijl ik denk dat jeje af moet vragen welke plaats

onderwijs in de maatschappij inneemt, welke die in zou

móéten nemen, en wat voor onderwijsje daarvoor nodig

hebt."

Liesbeth:„WtX hangt er dus maar van af waar je de priori-

teiten legt en hoe je ze stelt."

Wat zijn de kenmerken van het tegenwoordige

studentenleven?

Liesbeth: „Ik denk dat de student in de toekomst — en dat

zie je nu al een beetje door de verzwaring van studiepro-

gramma's gebeuren— minder mogelijkheden heeft om

zich naast zijn studie met andere zaken bezig te houden, die

toch ook wel belangrijk zijn voor een bepaalde vorming.

De universiteit behoort toch mensen af te leveren die in

staat zijn te organiseren en leiding te geven, en het is

belangrijk datje die vorming naast je studie ook verzorgt.

En met naast de studie bedoel ik óók vakgroepen en

dergelijke."

Jan: „Ik vind dat de universitaire opleiding mensen niet in

eerste instantie in staat moet stellen om te kunnen organi-

seren en leiding te geven, maar om zich zelfstandig een

mening te vormen en ook standpunten van anderen en

maatschappelijke situaties enzovoort kritisch te beoorde-

len.

Wat ik er eigenlijk mee wil zeggen is dat de universiteiten

geen studenten behoren af te leveren die automatisch in de

bestaande maatschappij meedraaien en zo de status quo

handhaven."

Warner: „Ik interpreteer deze vraag letterlijk: je ziet dat de

weerstand tegen gezelligheidsverenigingen toeneemt.

Steeds meer denken ze er ook daar over na of ze niet van

karakter moeten veranderen."

Liesbeth: „Ja dat is w a a r . . . . "

Warner: „ . . . Of ze niet méér een plaatsje binnen de

maatschappij kunnen veroveren. Ik vind dat ze daarin niet

te ver moeten gaan. Wat een gezelligheidsvereniging in de

eerste plaats moet bieden is een omgeving waarin de

aankomende student rustig, maar niet in z'n eentje, kan

acclimatiseren binnen de universiteit.

250

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 254

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's