Wetenschap en rekenschap - pagina 40
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
W J. WIERINGA
der universiteit te behouden en blijvend zin te geven hierin gelegen, dat deze
zich naar alle zijden openstelde, d.w.z. niet alleen naar de zijde der overige uni-
versiteiten en voor alles wat er leefde en gaande was in de wetenschap, maar ook
voor de grote problemen in de wereld, en vooral ook in die der ontwikkelings-
landen. En daarbij zou zij zich ook functioneel moeten invoegen in het wereld-
christendom.
Om daartoe te komen was het in ieder geval noodzakelijk de grondslag te herfor-
muleren. Nodig was een beknopte en duidelijke grondslag, waarin op primaire
wijze het zuiverend appèl van het evangelie van Jezus Christus op al ons denken en
handelen bij onderwijs, onderzoek en inter-menselijk contact in de universiteit en
naar buiten tot uitdrukking werd gebracht. En deze grondslag zou zodanig moeten
zijn, dat iedere wetenschapsbeoefenaar die de wens heeft Christus naar het evan-
gelie te volgen — tot welke kerk in binnen- of buitenland hij ook behoort — bij de
Vrije Universiteit vanzelfsprekend welkom zou zijn.
Deze referaten samen genomen geven in het algemeen wel weer wat er aan
gedachten over de universiteit als een christelijke instelling binnen de civitas
leefde. De discussies in de discussiegroepen waren levendig. Er werd op allerlei
aspecten van de probleemstelling ingegaan. Niet iedereen was het uiteraard met
alles eens, maar toch werd wel duidelijk, dat bij allen het gevoelen overheerste, dat
er verandering moest worden gebracht in de profilering van het eigen karakter van
de universiteit, dat haar basis moest worden verbreed, ook dat er meer openheid
naar buiten moest komen. Voor handhaving van de oude grondslag werd geen
pleidooi meer gevoerd. En ook was iedereen ervan overtuigd, dat de relatie tussen
christelijk denken en wetenschapsbeoefening niet meer kon worden bepaald door
een rationalistische fixatie van beginselen.
Natuurlijk moesten ook allerlei vragen onbeantwoord blijven. De balans tussen
geloof en wetenschap, zoals men die vroeger had gezien, was uit het het evenwicht
geraakt. In de toekomst zou naar een nieuwe balans moeten worden gezocht.
Daartoe bestond bij de congresgangers ook de bereidheid, want het eigen karakter
der universiteit wilde men toch niet prijs geven.
Na al deze préliminairen lag het voor de hand, dat aan de leden der Vereniging een
voorstel tot wijziging van de grondslag zou worden voorgelegd. Dat onder hen wel
enige beduchtheid heerste was wel te begrijpen. Binnen de universiteit waren de
ontwikkelingen in dit verband sneller gegaan dan in de Vereniging, welker leden
voor het overgrote deel nog uit kerkelijk gereformeerden bestond. Die beducht-
heid had zich reeds doen blijken, toen — zoals reeds is vermeld — bekend, werd,
dat het in het voornemen lag om het artikel, dat de onveranderlijkheid van het
grondslagartikel waarborgde, zodanig te veranderen, dat op grond daarvan een
wijziging van de grondslag niet meer kon worden verhinderd. Op de jaarverga-
deringen, waarop over de wijziging van de grondslag werd gesproken, kwam een
beduchtheid naar voren om uit de grondslag de gereformeerde beginselen te
schrappen: men zag er een al te sterke afbuiging in van de lijnen, die in het
verleden waren getrokken. Maar tenslotte werd dan toch in 1971 de voorgestelde
36
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's