Wetenschap en rekenschap - pagina 140
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
I. A D I E P E N H O R S T
dat het tenslotte gekomen is tot een structurele herziening van de grote naamloze
en de besloten vennootschap in de wet.
Een vermogen tot sturen trad onophoudelijk aan de dag in beperkter kring en op
ruimer vlak. Het kon inzonderheid gewaardeerd worden door hen die — met het
reilen en zeilen der faculteit op de hoogte — zagen hoe bij toenemende verschei-
denheid van karakters, geringe zekerheid over de nieuwe koers, verlies aan on-
derlinge vertrouwelijkheid en een opstekend onbehagen over universitaire veran-
deringen alle moeilijkheden met milde ironie werden opgevangen en alle tegen-
stellingen werden afgedamd. Het is typisch dat de hoogleraar, die zijn werk
aanving met aandacht te vragen voor de zuiveringsgedachte bij de Romeinen
(1945) in zijn meest rechtstreeks persoonlijke arbeid ten behoeve van de faculteit
een spoor van purificatie heeft getrokken. De gave van leiding te geven was voor
velen waarneembaar in het kortstondig ministerschap (1966/1967) en het tot eigen
genoegen en anderer voldoening uitgeoefende commissarisschap der Koningin in
het Sticht (1970/1980), gevolgd door een buitengewoon staatsraadschap.
De tweede in 1945 optredende hoogleraar was A.M. Donner (1918), die in 1956 het
professoraat in het staatsrecht en de algemene staatsleer inruilde tegen het voor-
zitterschap van het Europese Hof in Luxemburg, al zou hij nog wel — zo in 1967 —
college aan de Vrije Universiteit geven. Reeds gedurende de bezetting had hij zich,
na te zijn afgestudeerd, door medewerking in de Trouw-groep en in het „school-
verzet" niet onbetuigd gelaten. Zijn betrekkelijk kort hoogleraarschap, sedert 1979
weer in Groningen voortgezet, bood hem de gelegenheid uit te groeien tot één der
leidende Nederlandse autoriteiten op het door hem bestreken gebied van de
juridische wetenschap; men zou kunnen spreken van staatsrecht, administratief
recht, bestuursrecht alsook naderhand Europees recht ineen. Begiftigd met een
zeldzaam kritische geest, het ontleedmes met grote vaardigheid en nauwelijks
verholen behagen in anderer opvattingen plaatsend, beschikte hij tegelijk over
ruime gaven van combinatie; hij wist de samenhang in voor het oog van elkaar
verwijderde rechtsfiguren en rechtsopvattingen aan te wijzen. Daarnaast bezat hij
nog het vermogen eigen, vaak nieuwe inzichten in fraaie formulering soms met
wat neerbuigende humor vermengd tot een geheel te verenigen. Binnen de Am-
sterdamse tijd valt de opbouw van het bestuursrecht, hetgeen van de auteur der
dissertatie De rechtskracht van administratieve beslissingen (1942) min of meer
mocht worden verwacht, in het bekende Algemene Deel van Samsons Bestuurs-
recht. Buiten het professoraat liggen de steeds ingrijpender in de oorspronkelijke
tekst veranderende bewerkingen van C.W. van der Pots Handboek van het Ne-
derlands Staatsrecht — in 1962 voor het eerst — welke eveneens op tijdens het
professoraat verrichte studie zal hebben berust. Deze kwam ook aan commisso-
riale arbeid voor grondwetsherziening — de commissie Van Schalk bracht in 1954
verslag uit — en voor een nieuwe hoger-onderwijswet ten goede. Het vice-voor-
zitterschap van de Onderwijsraad en activiteit ten behoeve van de Antirevolutio-
naire Partij, uitlopend op het voorzitterschap van het College van Advies dezer
136
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's