Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 241
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
Wilhelmieten in 1256 gedwongen werden op te gaan in de nieuw te vormen
orde van de Augustijner heremieten. De stichting van deze orde vond
plaats onder verantwoordelijkheid van paus Alexander IV, die verschil-
lende Italiaanse heremietengroeperingen in één verband samenbracht. De
nieuwe orde kreeg de opdracht mee het zwaartepunt van de doelstelling te
verleggen van de persoonlijke heiliging naar de zielszorg. De Wilhelmieten
waren weliswaar verwant met veel Toscaanse heremietengemeenschappen
die volgens de Augustijner Regel leefden, maar ze voelden zich in deze
unie toch niet op hun gemak. Het was daarom voor hen een grote opluch-
ting toen ze na lang aandringen in 1266 weer hun eigen koers mochten
gaan. Naderhand breidde de orde zich met name in Toscane verder uit.
Veel nieuwe vestigingen bestonden echter uit min of meer welvarende
voormalige Benedictijner-abdijen die de Wilhelmieten vanuit Rome waren
toegespeeld, wat opnieuw een aantasting betekende van het oude streven
naar een vita eremitica.
Ondertussen begon de orde zich ook ten noorden van de Alpen uit te
breiden. Zij kon zich hier vrijer ontplooien dan in Italië, waar de voortdu-
rende bemoeiingen van de pauselijke curie de Wilhelmieten toch ook wel
veel problemen hebben bezorgd. De expansie in het noorden begon met
het klooster Porta Coeli of Baseldonk bij 's-Hertogenbosch, dat, geheel in
overeenstemming met de oudste traditie van de orde, is voortgekomen uit
een al bestaande kluizenaarsgemeenschap, die zich pas naderhand bij de
orde zou aansluiten (1244/1245). Ook in de beide binnen de huidige
Nederlandse grenzen gestichte dochterkloosters van Baseldonk, bij Bier-
vliet (1249) en te Huijbergen bij Bergen op Zoom (1278), werkte de geest
van Malavalle door. Voor deze vestigingen kozen de monniken weinig
aantrekkelijke, ongecultiveerde locaties, die men tot dan toe had gemeden,
zodat men nu ook in de Lage Landen de in een grauwe wollen pij gestoken
Wilhelmieten bezig kon zien met de ontginning van woeste gronden.
Zo ontstonden er in de loop van de dertiende eeuw verscheidene Wil-
helmietenkloosters, niet alleen in de Nederlanden, maar ook in Frankrijk,
Duitsland, en verder naar het oosten. Bijna even oud als Baseldonk is het
klooster ,Vallis S. Mariae' te Walincourt bij Kamerijk (niet na 1252). We
vermelden verder nog het Sint-Ursmarusklooster te Aalst (1268), dat in de
zestiende eeuw als cultureel en geestelijk centrum een niet onbelangrijke
rol zou spelen, en de vestiging te Parijs (1297), die na een periode van
verval in 1618 werd overgedragen aan de Congregatio S. Mauri, bekend
vanwege de beoefening van de historische hulpwetenschappen. In het
begin van de veertiende eeuw telde de orde meer dan vijftig huizen, wat
altijd nog beduidend minder is dan het aantal van vijfhonderd dat de
Cisterciënzers in de twaalfde eeuw hadden bereikt.
In Italië begon de orde al in de veertiende eeuw verschijnselen van verval
te vertonen. De kloostertucht verslapte, en een aantal kloosters raakte,
zoals te verwachten was, in het vaarwater van de Benedictijner orde. Een
en ander had tot gevolg dat omstreeks 1600 de orde volledig uit Italië
225
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's