Wetenschap en rekenschap - pagina 514
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C S A N D E R S / L K A EISENGA
meen dat ook hier het specifiek eigene van de menselijke werkelijkheid het punt
van uitgang is Kwam dat in de psychologie primair in het nieuwe zicht op het
object van de psychologie tot uiting, in de hier bedoelde wetenschapstheoretische
publicaties worden de consequenties onderzocht van het subject-zijn van de on-
derzoeker, een gegeven dat in de voorafgaande periode eigenlijk geen rol gespeeld
had in de duits-angelsaksische wetenschapsleer In het logisch positivisme had de
subjectiviteit van de onderzoeker geheel buiten spel gestaan hij werd opgevat als
een passief registrator, terwijl in het kritisch rationalisme van Popper de „context
of discovery" geen veld van aandacht en onderzoek geacht werd voor de weten-
schapsleer maar voor de wetenschapspsychologie Een belangrijke plaats in dit
nieuwe wetenschapstheoretische denken wordt ingenomen door het geruchtma-
kende werk van Thomas Kuhn, „The structure of scientific revolutions" (1962)
waarin het begrip paradigma wordt ingevoerd Kuhn gebruikt die term in ver-
schillende betekenissen De twee belangrijkste daarvan zijn paradigma in de zin
van „Weltanschauung" en paradigma in de betekenis van een door een weten-
schappelijke gemeenschap ingescherpt samenstel van wetenschappelijke ge-
woonten Het gaat daarbij niet alleen om methodische gewoonten, maar ook om
de wijze waarop men naar de verschijnselen leert kijken („perceptuele training",
Koch, 1964) en het conceptuele schema waarin men ze giet Dat wil dus zeggen dat
naar de opvatting van Kuhn iedere wetenschapsbeoefening uitgaat van veelal
impliciete metafysische a-prion's, die goeddeels cultureel bepaald zijn, en van in
de opleiding verworven optieken, die dus een sociologische oorsprong bezitten
(Masterman, 1970)
Kuhn baseert zijn paradigma-theorie op een door hem verricht historisch onder-
zoek naar de ontwikkelingsgang van de natuurwetenschap Hij komt daarbij tot de
ontdekking dat deze zich met door een rationeel te begrijpen, continue en li-
neair-cumulatieve groei kenmerkt, maar door discontinuïteit Er hebben — zo stelt
hij — in de geschiedenis van de natuurwetenschappen revoluties plaats gevonden
waarbij de blik van de wetenschappers als het ware versprongen is, zodat nieuwe
wetenschappelijke tradities konden ontstaan Newton en Einstein zijn bekende
voorbeelden van onderzoekers die aan het begin van een wetenschappelijke om-
wenteling stonden zij zagen de werkelijkheid vanuit een geheel nieuw perspectief
en introduceerden zodoende een nieuw paradigma In dit paradigmatisch denken
komen irrationele en idealistische (Scheffler, 1967) trekken naar voren Het kiezen
van een nieuw paradigma gebeurt niet op grond van harde logische argumenten
maar heeft het karakter van een „bekering" waaraan men zich niet kan onttrek-
ken
Het idealistische komt tot uiting in de incommensurabiliteitsopvatting Volgens
Kuhn zijn rivaliserende theorieën die op verschillende paradigma's stoelen on-
derhng onmeetbaar Hij bedoelt daarmee dat er z i geen gemeenschappelijke
toetssteen buiten die theorieën valt aan te wijzen, die een verwerping van een van
beide ten gunste van de andere rechtvaardigen zou Een dergelijke opvatting is
uiteraard fnuikend voor de „context of justification" Toetsing devalueert dan tot
508
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's