Wetenschap en rekenschap - pagina 74
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. V E E N H O F
Deze beschouwingen laten zien, welk een krachtige invloed de encyclopedische
opzet van Kuyper op de leerlingen had en hoe consequent men de vragen betref-
fende de plaats en de methode van de vakken probeerde op te lossen via een
doorlichting van de relatie in natuur en genade — het centrale thema in de
theologie van Kuyper en Bavinck! Het unieke karaktervan het principium van de
theologie bracht met zich mee dat deze theologen geen concessies deden aan de
methode, waarbij men met behulp van archeologische gegevens de historische
feitelijkheid van de Bijbelse mededelingen poogt te bewijzen: de waarheid van de
Schrift staat vast voor en onafhankelijk van alle bewijs. Maar men liet weinig
ruimte voor de bezinning — mede naar aanleiding van wat „andere bronnen"
opleveren! —op de aard van de bijbelse waarheid en in samenhang daarmee op de
zin en draagwijdte van de categorie „historisch". Het is juist hierover, dat, zoals we
nog zullen zien, in de gereformeerde theologie onenigheid ontstond, toen de
exegese van de beginhoofdstukken van Genesis in het geding kwam.
Tot dusver citeerde ik Van Gelderen als representant van een bepaalde richting.
Maar binnen die richting had hij een eigen profiel. Om te beginnen was hij een
bekwaam semitist, al heeft hij zich met name op het gebied van het Oude Testa-
ment bewogen. Hij kende de problemen, waarvoor de teksten plaatsen en kon
daarover een gefundeerd eigen oordeel uitspreken. Zijn commentaar op de boe-
ken der Koningen en op de profetieën van Amos en Hosea leggen getuigenis af
van zijn bijzondere gaven als exegeet. Van Gelderen had oog voor het eigen
coloriet van het bijbelse verhaal. Hij wist allerlei historische situaties, waarmee de
teksten in aanraking brengen, meesterlijk uit te beelden, waarbij zijn combinatie-
vermogen en — soms — zijn fantasie hem te hulp kwamen. Na lange filologische
analyses van teksten gaf hij vaak in korte samenvattingen hun „theologische
inhoud" treffend weer. De spiritualiteit en het psychologisch inlevingsvermogen
van Van Gelderen komen tot uiting in zijn fijne boekje over de hoofdpunten der
zielsgeschiedenis van Job.^"
Het was voor de faculteit een ernstig verlies, dat de enthousiaste Biesterveld reeds
in 1908 stierf, nog maar 45 jaar oud. Voorlopig bleef de vacature onvervuld.
^J.H.Kuyper en Bavinck namen resp. de ambtelijke vakken en de nieuwtesta-
iTientische vakken waar, tot in 1912 door een dubbele benoeming in de vacature
werd voorzien.
De V.U. stelde twee mannen aan, die elk een deel van de dubbele leeropdracht van
Biesterveld voor hun rekening moesten nemen: P.A.E. Sillevis Smitt en F.W.
Grosheide.
Sillevis Smitt (1867-1918), die toegerust was met een ruime pastorale ervaring door
zijn werk in Rotterdam en Amsterdam, werd belast met de ambtelijke vakken.
Ook hij wilde blijkens zijn inaugurele rede te werk gaan volgens het door Kuyper
verstrekte bestek en aan de hem toevertrouwde vakken als eigen object het ambt
toewijzen. Opmerkelijk is dat hij het karakteristieke van alle ambtelijke dienst
typeert met'het lievelingsbegrip van Kuyper en Bavinck „organisch". Daarmee
70
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's