Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 276
In die zin geldt de vraag naar de betekenis van de doelstel-
ling voor alle maatschappijwetenschappen.
Juist vanuit de doelstelling van de V.U. bezien, is voor ons
allen de vraag belangrijk waartoe je werkt en op welke
thema's je je specifiek wilt richten.
Dit soort vragen lijkt moeilijk te beantwoorden, omdat die
verbinding voor het oog slechts zelden evident is, en omdat
interesse en eigen belang zich gemakkelij k door een beroep
op de doelstelling zouden kunnen laten versterken. Maar
het is al met al een vraag die desondanks terecht gesteld
blijft.
Ik moet dan denken aan een betoog van Kuyper. Dit niet
alleen omdat het boek waarin ons gesprek komt een
bundel vormt voor een honderdjarige V.U., die er waar-
schijnlijk zonder Kuyper — dat mag je toch wel zeggen —
niet geweest zou zijn, maar ook omdat ik een citaat hieruit
vorige week nog op een college heb gebruikt en besproken.
Hij zegt in zijn openingsrede Het Sociale Vraagstuk en de
Christelijke Religie voor het Sociaal Congres op 9 novem-
ber 1891 ietsdatiknuookjouwil voorlezen, omdat het mij
sterk inspireerde.
Kuyper stelt dat er in de wereld een sociale kwestie is, dat
wil zeggen dat er ernstig twijfel is gerezen — en ik citeer
nu — ,,aan de deugdelijkheid van het maatschappelijk
gebouw waarin wij wonen; — en dat beter bewoonbaar,
valt op te trekken", zodat ,,ge de onhoudbaarheid vanden
tegenwoordigen toestand inziet en deze onhoudbaarheid
verklaart niet uit bijkomstige oorzaken, maar uit een fout
in den grondslag zelf van ons maatschappelijk samenleven.
Voor wie dit niet erkent, en acht dat het kwaad te bezweren
is door kweeking van vromer zin, door vriendelijke bejege-
ning of milder liefdegave, moge er een religieuze, en moge
er een philantropische quaestie bestaan, maar een sociale
quaestie bestaat er voor hem niet. Die bestaat voor u dan
eerst, zoo ge architectonische critiek oefent op de mensche-
lijke sociëteit zelve, en dienvolgens een andere inrichting
van het maatschappelijk gebouw gewenscht èn mogelijk
acht."
Een maatschappijwetenschap heeft voor mij inderdaad te
maken met architectonische kritiek op de menselijke
sociëteit, en dit heeft zeker implicaties voor wat we aan de
V.U. doen ofwel moeten doen. Dat wil zeggen: een serieus
nadenken over mogelijkheden tot een andere inrichting,
een beter bewoonbaar maken van het menselijk gebouw en
het signaleren en analyseren van de knelpunten die in het
272
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's