Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 151

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 151

2 minuten leestijd

,,Ik heb nogal geaarzeld over zo'n interview, dat in een

boek terechtkomt, nota bene, en ik heb gedacht aan de

woorden van Willem de Clercq, die hij zich zelf als

waarschuwing heeft voorgehouden, zo maar ergens in zijn

Dagboek. Hij schreef soms om zich te oefenen in een

andere taal, in dit geval in het Duits. Hij schrijft: „Man

schreibt sich zu Heuchler."

Dat is ook het risico van een geïnterviewde: net als de

dagboekschrijver staat iemand die geïnterviewd wordt

bloot aan de verleiding van niet eerlijk te zijn. Als je niet

oppast ben je niet eerlijk, doe je je te mooi voor. Maar

misschien ben ik door De Clercq voldoende gewaar-

schuwd. "

Met deze opmerkingen besloot mevrouw M.H. Schenke-

veld het gesprek dat wij hadden over haar werk aan de

Vrije Universiteit.

Twee uitspraken van haar waren mij opgevallen, die ik als

karakteristiek boven dit interview plaats.

De eerste, uit 1962, haar laatste stelling, gevoegd bij haar

dissertatie Willem de Clercq en de Literatuur: „Het is zeer

gewenst, dat op grote gemengde scholen voor V.H.M.O.

een vrouw deel uitmaakt van de schoolleiding."

De tweede, het einde van haar inauguratie uit 1970, Een

begin van rekenschap, over de bundel Een winter aan Zee

van A. Roland Holst:,,Zulke poëzie is geen luxe, zolang de

kunst deel uitmaakt van het menszijn." Dit is een uitspraak

die mij het besef geeft met haar eindeloos te kunnen praten

over de letterkunde die ons beiden lief is.

Daartussen liggen nog diverse andere velden van interes-

ses, maar het voornaamste was dat ik er zeker van kon zijn,

dat ze mijn vragen over de Vrije Universiteit strikt en

duidelijk zou beantwoorden. Hetgeen bij haar thuis ge-

schiedde op een winternamiddag van twee tot vijf uur.

De vragen en antwoorden zijn als volgt precies weergege-

ven.

Wat is uw leeropdracht en waarom vindt u uw

vak mooi?

„Mijn leeropdracht is de nieuwe Nederlandse letterkunde.

Aan de V.U. is de indeling: enerzijds middeleeuwen,

renaissance en achttiende eeuw tot plusminus 1770; alles

daarna is nieuwe Nederlandse letterkunde.

Ik heb er nog iets aan toe te voegen: destijds was alles in één

147

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 151

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's