Wetenschap en rekenschap - pagina 351
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
A L G E M E N E TAALWETENSCHAP AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
ling en opvolger Caron zich nog met hand en tand heeft verzet.
Nu stuit een voorstel tot spelling-verandering, naar de ervaring leert, overal ter
wereld op heftig emotioneel verzet, ook in ontwikkelingslanden waar de talen nog
maar kort geleden op schrift zijn gesteld. Men zoekt terecht of ten onrechte de
oorzaak daarvan deels in het prestige-verlies van degenen die, vaak met veel
moeite en volharding, de bestaande orthografie hebben geleerd, die door die
kundigheid een trapje hoger op de maatschappelijke ladder zijn gekomen dan de
analfabeten en gebrekkig spellende mensen in hun omgeving, en die dan opeens,
met grote weerzin vanzelfsprekend, te horen krijgen dat ze het zelf fout doen. Hoe
dit ook zij, overal geldt wat een taalonderzoeker eens opmerkte: „als je een volk
tegen je in 't harnas wilt jagen moetje proberen zijn spelling te veranderen".'*
Zo dus ook hier in Nederland. Maar hier zat er nog iets anders achter. Hier was het
verzet ook nog een uitvloeisel van de eeuwenoude gedachte „dat men met letters
de „ware" vorm van een woord kan vastleggen"." Er werd aangenomen dat de
schrijftraditie de juiste uitspraak en bouw van de woorden weergaf; soms waren
zelfs letters ingevoegd of veranderd (zoals de b in ambt — vgl. ambacht) om deze
ware bouw te laten zien „in letter-lijke verwantschap met andere vormen" (ibid).
Na 1870 verkrijgt de beschaafde gesproken taal langzamerhand het primaat over
de schrijftaal, maar slechts zeer langzamerhand, zoals we uit de Nederlandse
spellingstrijd zien. KoUewijn's wensen t.a.v. de spellingveranderingen waren ,,op
zichzelf noch nieuw, noch onbescheiden", schrijft D.M. Bakker." Maar binnen de
context van de zojuist geschetste opvattingen over de schrijftaal „wordt een der-
gelijk spellingvoorstel het symbool van het breken van een tot dusver ongebroken
spellingtraditie, die tot in de twaalfde eeuw teruggaat.. ." (op.cit.p. 146).
Aan de Vrije Universiteit werd de strijd ertegen dan ook op het allerhoogste niveau
gestreden; er werd, zoals gezegd, een principe-kwestie van gemaakt; de nieuwe
spelling betekende revolutie, kwam voort uit een verzaking van norm en traditie,
uit de taai-evolutietheorie van Otto Jespersen,'^ en evolutietheorie was immers
verkeerd. „Tusschen hen en ons in staat het Woord van God", schreef R.J. Dam
dan ook in De Reformatie (4 en 11 mei 1934: De bedreigde Buigings-n).
Wille kreeg de hele Senaat mee, juristen en theologen incluis, in een protest aan de
Minister, waarin „ernstige bezorgdheid" werd uitgesproken tegen het weglaten
van de buigings-«, hetgeen volgens de Senaat tot „schromelijke verwarring" en
erger zou leiden. Men scheen er nooit bij stil te staan dat de buigings-n in het
gesproken beschaafde Nederlands al lang verdwenen was, zonder enige „schro-
melijke verwarring". De inhoud van dit stuk is te vinden in de felle brochure die
Wille over deze kwestie schreef: Taalbederfdoor de School van Kollewijn^"^. Evenals
anderen zag Wille in de voorgestelde „omwenteling" de invloed van de omwen-
teling door de „Tachtigers" in de literatuur: „revolutie wekt revolutie"!'"' Inder-
daad:
„Hier staat de eene levensbeschouwing tegenover de andere, met en bij de taal alle
levensverschijnselen en levensuitingen omvademend. In het stelsel van KoUewijn is geen
345
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's