Wetenschap en rekenschap - pagina 161
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
G E S C H I E D E N I S VAN DE PSYCHIATRIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
gebeurtenissen. Wat in deze bijdrage niet in de laatste plaats zal worden beoogd is
een heropening van de dialoog met „de mannen van naam" die ons zijn voorge-
gaan. Opdat aldus uit hun beleid en uit hun werk de specifieke signatuur zichtbaar
wordt die in de loop van de historie als het zuurdesem gold voor het praktisch en
wetenschappeUjk bedrijfin de Valeriuskliniek.
De voorgestelde dialoog houdt in dat de geschiedvorsende auteur zich in de regel
meer vragender — dan stellender — of constaterenderwijs zal richten tot hen die de
geschiedenis hebben gemaakt. Hij is zich ervan bewust dat een antwoord op zijn
vragen niet zelden zal uitblijven, zelfs wanneer hij de juiste formuleringen weet te
vinden. Daarmede wordt bij wijze van onverwachte toegift het voorlopige en
onvoltooide karakter van onze existentie — ook in historisch perspectief — nog
eens onderstreept. De beklemtoning van het onvoltooide, en de afwijzing van het
gesloten mensbeeld hebben op onovertroffen wijze gestalte gekregen in de klas-
sieke pathografieën van de psychiater Ludwig Binswanger. Het is zijn grote ver-
dienste geweest dat hij in het streven naar een synthese tussen „Lebensfunktion
und Lebensgeschichte" de weg heeft vrijgemaakt naar de confrontatie met een
verleden waarin de uniciteit en de onuitputtelijkheid van de menselijke existentie
zich onweerstaanbaar aan ons opdringen. Wie in dat licht een poging doet tot
geschiedschrijving ontwaart perspectieven waarvan de essentie gestalte heeft ge-
kregen in de eenwording van twee tegengestelde doch niet onverenigbare bewe-
ringen. De ene luidt, in navolging van het woord van de Prediker, dat er niets
nieuws is onder de zon. De andere bewering sluit aan bij een klassieke grondstel-
ling van de fenomenologische anthropologic, waarin de uniciteit en de onher-
haalbaarheid van ieder existentieel gebeuren worden benadrukt.
De signalering van de zojuist geschetste perspectieven houdt voor de auteur als
amateuristisch geschiedschrijver een opdracht in. Deze opdracht schrijft hem voor
dat hij geen genoegen zal mogen nemen met de vaststelling van de discontinuïteit
die zich in crises en in plotselinge, onverwachte, soms fataal lijkende veranderin-
gen openbaart. Hij zal desondanks blijven speuren naar de zin van het bestaan
zoals deze naar voren komt in de zichtbare en ervaarbare manifestaties van het
dynamisch geladen beginsel van de identiteit.
Werd met de voorafgaande opmerkingen getracht de intentionele stellingname
van de auteur te expliciteren, in de thans volgende notities komen de beperkingen
van het voorgenomen werk aan de orde, zoals zij zich telkens weer aan de onder-
zoeker voordoen. Zij werden op heldere wijze verwoord door Fortmann. In zijn
„Inleiding tot de cultuurpsychologie" staat hij uitvoerig stil bij de functie en de
betrouwbaarheid van het geheugen en de herinnering in relatie tot de beschrijving
van een cultuur. Hij wijst er in dat verband op dat in de weergave van feiten,
ervaringen en gebeurtenissen uit het persoonlijk leven een belangrijk reconstruc-
tief element besloten ligt. De herinnering beschrijft hij in dat verband als een
accomodatievermogen waarvan de hoedanigheden in de termen van een cognitief
schema nader kunnen worden beschreven. Nu is dat schema geen onveranderlijke
157
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's