Wetenschap en rekenschap - pagina 517
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE PSYCHOLOGIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
worden dat het zich mede richtte tegen wat men ongenuanceerd en ook onjuist „de
heersende positivistische wetenschapsbeoefening" noemde. Deze duidelijk mar-
xistisch getinte beweging maakte zich sterk voor een alternatieve psychologie,
zonder dat ze een duidelijk beeld gaf van de hoofdtrekken van zo'n psychologie.
Men zou tot op zekere hoogte kunnen stellen dat een pleidooi gehouden werd voor
een soort wetenschapsopvatting zoals destijds door Waterink verdedigd. Zij het
dan dat niet het christelijk geloof het fundament van de nieuwe psychologie zou
dienen te zijn, maar de marxistische heilsleer. Hieraan kan worden toegevoegd dat
vanuit de studentenbeweging aandacht werd gevraagd voor de maatschappelijke
rol die de psycholoog speelt, en het effect dat hij heeft op verandering respectie-
velijk continuering van de maatschappelijke orde. De psycholoog werd mede
daardoor zich maatschappelijk bewust en hij begon zich te bezinnen op de „im-
pact" die zijn professionele bezigheden hadden op de maatschappelijke processen
(zie b.v.Van Strien, 1969, Drenth, 1970).
Ook verschillende leden van de subfaculteit psychologie hebben hierin in woord
en geschrift actief geparticipeerd, en hebben o.a. hun bijdrage geleverd aan het
opstellen van een nieuwe beroepsethiek van het Nederlands Instituut voor Psy-
chologen (N.I.P., 1976).
De ontwikkelingen aan de subfaculteit van de psychologie
Wat waren de reacties van de V.U.-psychologen op de geschetste ontwikkelingen?
Aan het slot van 2.3 wezen wij erop dat er in de zestiger jaren bij velen van hen
zowel op het punt van de gedragsconceptie van de psychologie als op dat van de
methodische onderzoeksregels behoefte was aan verdieping en verheldering. Men
kan zeggen dat het kennisnemen van die ontwikkelingen aan dat verlangen tege-
moet kwam. Het resultaat ervan is geweest dat de in de jaren zestig gevestigde
wijze van wetenschapsbeoefening uitgebouwd is, waarbij nuancering en correctie
heeft plaatsgevonden.
Over het eerste van de bovengenoemde punten kunnen wij hier betrekkelijk kort
zijn. Er leefden, zoals opgemerkt in 2.3, in de subfaculteit destijds duidelijk
cognitieve gedragsnoties. Met name was dat het geval op de terreinen van de
functieleer, de ontwikkelingspsychologie en de sociale psychologie. Op de beide
eerstgenoemde gebieden trok het werk van Piaget — een cognitief psycholoog die
later in Amerika veel erkenning en waardering heeft gevonden — de aandacht. Op
het terrein van de sociale psychologie waren leidende theoretici duidelijk cognitief
georiënteerd. Wij noemen slechts Lewin, Sherif, Heider en Festinger. De cogni-
tieve revolutie bracht daarom voor velen aan de subfaculteit geen compleet nieu-
we conceptie van de psychologie, maar een conceptie die aansluiting bood bij
vragen, die reeds leefden en op die vragen vaak ook verhelderende antwoorden
gaf, en bovendien nieuwe perspectieven opende op de wijze waarop wetenschap-
pelijk verantwoord experimenteel onderzoek verricht kan worden. Men kan
511
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's