Wetenschap en rekenschap - pagina 565
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR FILOSOFIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
werd nadien predikant en studeerde enige tijd bij Felix Kruger in Leipzig In 1926
volgde hij de twee jaar tevoren overleden Geesink op, althans wat de filosofie
betreft Officieel doceerde hij filosofie en (theoretische) psychologie en beider
geschiedenis, vanaf 1958 filosofie, geschiedenis der filosofie en wijsgerige antro-
pologie Niet zozeer in Logos en ratio, de inaugurele rede van 1926, als wel in zijn
boek van 1933 Hel calvinisme en de reformatie van de wijsbegeerte blijkt funda-
mentele en ook door de schrijver zelf erkende verwantschap met het denken van
Dooyeweerd (CR 316) Vanaf de oprichting tot aan zijn emeritaat is Vollenhoven
voorzitter geweest van de eerder genoemde Vereniging voor Calvinistische Wijs-
begeerte
Ook bij Vollenhoven vindt men het principiële pleit voor een ,,schriftuurlijke
wijsbegeerte" (CR 22) en een kundige afwijzing van alle pogingen tot synthese met
de gangbare wijsbegeerte (CR 16) Bovendien treft men bij hem Kuypers leer aan
van de soevereiniteit in eigen kring (CR 26), enerzijds uitgewerkt in een kosmo-
logische functieleer, dit is de leer van de vele, eigen-aardige functies of aspecten
van de werkelijkheid (CR 31), anderzijds in een hierop gebouwde kwalitatieve
verbandsleer, dit is de leer van kwalitatief verschillende rijken (van mensen,
dieren, planten, dingen) en maatschappelijke verbanden, die elk hun eigen aard en
verantwoordelijkheid hebben (CR 32) De verdere ontwikkeling van Vollenho-
vens systematiek kan men afiezen uit diverse edities van zijn niet in druk ver-
schenen syllabus Isagooge phüosophiae
Divergenties met Dooyeweerd zijn er overigens ook Ik noem drieërlei Allereerst
geeft Vollenhoven geen voorrang aan de kentheone, maar aan de ontologie
(,,kennen is een onderdeel van het zijn", IP 9) Vollenhoven houdt hieraan vast
ook in deze zin, dat geen „transcendentale kritiek van het theoretisch denken"
wordt geleverd, geen poging wordt ondernomen om de algemene strekking van
een gegeven wetenschappelijk of wijsgerig systeem doorzichtig te maken vanuit de
theoretische stuurkracht van een wetsidee of, nog dieper, vanuit de boventheore-
tische drijfkracht van een religieus grondmotief Niet de kenleer maar de zijnsleer
gaat voorop De vraag komt nu wel op, of er nog een basis of aangrijpingspunt is
voor het gesprek met andersdenkenden, zoals Dooyeweerd in zijn transcendentale
kritiek beoogde
Een tweede punt hangt hiermee samen Het verschil tussen christelijke en
niet-christelijke wijsbegeerte schuilt voor Vollenhoven niet zozeer in de gefixeerde
veelheid van een viertal grondmotieven maar hierin, dat slechts de ,,schriftuur-
lijke" wijsbegeerte (casu quo de christelijke wetenschap) leeft bij tweeërlei ken-
nisbron, te weten bij „Schriftuur en natuur" ze bestudeert de kosmos bij het licht
van Gods openbaring (IP 119) Zo rijst echter wel de (kennistheoretische') vraag,
of en in hoeverre gelovige (of eventueel theologische) kennis van Gods Woord
zich in een conceptie laat samenvoegen met empirisch-wetenschappelijke kennis
van de kosmos
En dan een derde punt Uit het voorgaande mag niet worden afgeleid, dat Vol-
lenhoven op grond van de bijbel meende te kunnen filosoferen over God Evenals
559
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's