Wetenschap en rekenschap - pagina 94
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J VEENHOF
Strijdbare Verkuyl markeren door hun optreden en werkzaamheid de overgang
van de oude naar de nieuwe periode. Hun opvolgers arbeiden thans in deze
nieuwe tijd en binnen een context, die in allerlei opzichten sterk verschilt van het
tijdvak daarvoor. Deze nieuwe context, die zich aan het einde van de jaren zestig
ging aftekenen en in de jaren zeventig over de gehele linie het functioneren van de
faculteit ging bepalen, valt te herleiden tot diverse factoren, die grotendeels onder
de gemeenschappelijke noemer van de schaalvergroting te brengen zijn. Zo on-
derging de staf een sterke uitbreiding doordat naast hoogleraren en lectoren een
aantal medewerkers kon worden benoemd. Een deel van hen werd belast met
onderzoek en onderwijs. Een deel wijdt zich geheel aan het onderzoek, ten dele
binnen het kader van instituten. Van deze instituten, die binnen de faculteit
gesitueerd zijn, worde hier genoemd dat instituut, waarvan men kan zeggen, dat
het de oudste historische wortels heeft: het onder de dagelijkse leiding van J.
Hendriks staande instituut voor praktische theologie dat in zekere zin de voort-
zetting is van het destijds bestaande gereformeerd sociologisch instituut en dat in
opdracht van de kerken allerlei sociologische onderzoekingen uitvoert.
Voorts is opmerkelijk de ontplooiing van vakken die er reeds waren en de invoe-
ring van vakken die tevoren ontbraken of nog geen zelfstandigheid bezaten. Ik
moet hier volstaan met een enkele aanduiding, waarbij ik alleen de namen van
verenigingsdocenten kan noemen: De praktische theologie — tevoren zo dikwijls
als stiefkind behandeld — onderging na de ambtsaanvaarding van J. Firet in 1968
een aanzienlijke uitbreiding. Voor de diverse onderdelen van de praktische theo-
logie werden specialisten aangesteld, onder wie Mevrouw J.C. Schreuder voor de
pastorale psychologie en G.N. Lammens voor de liturgiek. De beoefening van de
godsdienstwetenschap — tevoren een onderdeel van de missiologie — verkreeg
zelfstandigheid door de ambtsaanvaarding van D.C. Mulder in 1965. Aan de
research op dit gebied wordt een belangrijke bijdrage geleverd door het onder zijn
leiding staande interfacultaire instituut voor godsdienstwetenschap, waarin ook de
theologie participeert. Voorts ontving de godsdienstsociologie een eigen status
door de benoeming van G. Dekker.
Ook de andere vakken deelden in de uitbreidingsmogelijkheden, zij het in min-
dere mate. Wat de huidige stand van zaken in deze vakken betreft moet ik mij
beperken tot het noemen van de verenigingsdocenten, aan wie zij zijn opgedragen.
De vakken van het Oude en Nieuwe Testament zijn toevertrouwd aan resp. H.
Leene en T. Baarda. De vaderlandse kerkgeschiedenis en de geschiedenis van de
reformatie worden gedoceerd door C. Augustijn, terwijl de leeropdracht van K.U.
Gabler de algemene kerkgeschiedenis omvat. De systematische theologie is ver-
deeld in drie sectoren: de ethiek en de inleiding in de dogmatiek komen voor
rekening van H.M. Kuitert, de godsdienstfilosofie, de encyclopedie en de apolo-
getiek voor die van G.E. Meuleman, de dogmatiek, de dogmengeschiedenis en de
symboliek voor die van J. Veenhof. De opvolger van J. Verkuyl is A. Wessels.
Het is voor de taxatie van de faculteit in de huidige fase van haar bestaan van
belang deze schaalvergroting in rekening te brengen. Het is een aantoonbaar feit.
90
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's