Wetenschap en rekenschap - pagina 395
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE VRIJE UNIVERSITEIT EN DE G E S C H I E D W E T E N S C H A P P E N
dan vooral aan zijn studies over Perizonius en Simon Stijl Penzonius heeft de eer
genoten van een Italiaanse vertaling De oer-Hollandse Simon Stijl heeft geen
boodschap meer voor geheel Europa, en zal wel met zijn Nederlandse gewaad
tevreden moeten blijven, maar als karakteristiek van de geest van de verlich-
tingshistoriografie is dat stuk moeilijk te overtreffen Smitskamp had een uitge-
sproken talent, snel tot het wezenlijke door te dringen Terecht heeft M C Smit
opgemerkt,'^ dat zijn geschriften zo dikwijls iets definitiefs hebben Hij zag de
hoofdzaak, en deelde die in korte woorden mee Ik denk dat Smitskamp een heel
goed handboekschrijver zou zijn geweest Ook daarom zou men graag gewenst
hebben dat Smitskamp tot het eind van zijn dagen een goede gezondheid had
bezeten Zijn vermogen tot penetratie zou verbonden met de ervaring van een lang
geleerdenleven iets belangrijks tot stand hebben kunnen brengen
De Jonge
Smitskamp trad in 1947 toe tot een tweemans-sectie, maar heeft die flink zien
groeien Smit, Aalders, Wiennga en Roelink werden achtereenvolgens zijn colle-
ga's Roelink heeft bij zijn afscheidscollege in 1975 reeds kunnen horen hoe
vriendelijk de waarheid hem gezind is, en de andere drie zullen dat te hunner tijd
ook wel gewaar worden Ik wil daar niet op vooruit lopen Wel kan in alle
objectiviteit vastgesteld worden, dat deze benoemingen getuigen van een groei
naar de volwassenheid Met de benoeming van Aalders kreeg de oude geschiede-
nis voor het eerst een afzonderlijke leerstoel Smit was de eerste mediaevist, tot hij
de eerste theoreticus werd Wiennga had bij de economen een voorganger in
Sneller, maar zag wel een ruimer onderwijsveld voor zich geopend, toen de
sociaal-economische geschiedenis een eigen plaats kreeg in de opleiding van de
historici
Deze collega's trof ik in 1967 aan bij mijn komst aan de Vrije Universiteit Weldra
werd het gezelschap uitgebreid met J A de Jonge De historische subfaculteit heeft
veel aan De Jonge te danken gehad Het omgekeerde geldt eveneens De Jonge
heeft aan de Vrije Universiteit zichzelf als historicus ontdekt Als doctorandus in
de economie werkzaam aan het Centraal Bureau voor Statistiek, was hij in Den
Haag begonnen te knutselen aan negentiende-eeuwse bednjfsstatistieken Toen
hij patronen begon te zien, schreef hij er eens over aan Wiennga, en kreeg per
kerende post antwoord Wat De Jonge zelf nog ternauwernood besefte, had zijn
promotor in spe onmiddellijk gezien in handen van een statistisch geschoold
historicus zou dit materiaal de kans bieden aan de discussie over de industrialisatie
in Nederland een solide feitenbasis te verschaffen De Jonge leverde van dat
ogenblik af regelmatig zijn hoofdstukken in, tot het boek in 1968 gereed was „De
industrialisatie, in Nederland"
Het IS inderdaad geen regionaal, maar een geheel Nederland omspannend on-
derzoek, omdat de auteur in staat bleek de landelijke cijfers met succes te hante-
389
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's