Wetenschap en rekenschap - pagina 575
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR FILOSOFIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
scholastische tweedeling van de werkelijkheid in een natuurlijk-verstandelijk en in
een bovennatuurlijk-religieus gebied
Met Dooyeweerd is Van Peursen er dus van overtuigd, dat de mens heel de
werkelijkheid religieus doorleeft, ook wanneer hij wijsbegeerte of wetenschap
beoefent De vraag is slechts of het religieuze uitgangspunt van de christen-denker,
met Dooyeweerd gesproken, in een „radicale" of „absolute antithese" staat
tegenover de humanistische (met-chnstelijke) filosofie (NCI 114,507) Van
Peursen dingt als reformatorisch christen met af op het radicaal karakter van de
zonde en haar uitwerking ook in de filosofie Toch gaat zijns inziens aan de
antithese (Gods „neen" tegen de verscheurende werking van de zonde) de these
(Gods „ja" tegen de schepping die „zeer goed" heette. Gen 131) vooraf, zodat de
genoemde antithese nooit absoluut kan zijn In de lijn van H Bavinck en wellicht
nog meer van de zendingshoogleraar J H Bavinck en diens Religieus besef en
christelijk geloof {\949) wijst Van Peursen erop, dat ook in de niet-chnstelijke
wereld God present is, dat het de waarheid is die daar (trouwens ook onder
christenen) in ongerechtigheid wordt ten onder gehouden (Rom 1 18), zodat het
zogenaamde niet-chnstelijke grondmotief altijd een raadselachtige mengeling is
van goddelijk appel en menselijke afweer, van Waarheid en leugen
Het gevolg van deze zienswijze is niet, dat Van Peursen de wijsgerige communi-
catie met andersdenkenden aanvaardt en Dooyeweerd haar verwerpen zou Wel is
het gevolg dat de communicatie bij beiden langs andere lijnen verloopt Dooye-
weerd meent de theoretische denkgemeenschap en de wijsgerige dialoog met
andersdenkenden te kunnen vasthouden, omdat ook bij een tegengesteld religieus
vertrekpunt zowel christenen als niet-chnstenen dankzij Gods,,algemene genade"
geconfronteerd worden met dezelfde in Zijn scheppingsorde gegronde stand van
zaken Van Peursen ziet deze stand van zaken niet zitten („de zaken staan niet, als
zin bewegen zij steeds, zijn ze zinvol"), houdt ondertussen ook de wijsgerige
communicatie vast, maar zoekt zo niet een „aanknopingspunt" (een term die uit de
scholastieke theologie stamt) dan toch een „aangrijpingspunt" (een term die
schrijver dezes eens van J H Bavinck hoorde) in de aangenomen ,,presentie
Gods" onder alle mensen en volkeren dankzij Zijn algemene openbaring ^'
Vanuit zijn drang naar concrete, praktische filosofie heeft Van Peursen zijn wijs-
gerig en wetenschapstheoretisch onderzoek tegenwoordig toegespitst op vergelij-
king van cultuurkringen, waarbij de derde wereld, de rol van wetenschap en
mensbeeld de betrokkenheid van „onderbouw" op ,bovenbouw" of van maat-
schappijstructuur op cultuur en religie aan de orde worden gesteld Deze en
verwante vraagstellingen kondigden zich reeds aan in zijn Strategie van de cultuur
(1970) en zullen onder meer worden uitgewerkt in een nog te publiceren studie
over Sciences Between Heuristics and Ethics
Vanuit de vakgroep van Van Peursen wordt ook de logica behartigd, een vak dat
na Hoedemaker en Geesink door Vollenhoven, Zuidema en Klapwijk gedoceerd
is Vooral in de zinvan wijsgerige logica Een vrucht hiervan is vroeger onder meer
geweest VoUenhovens Hoofdlijnen der logica (1948) Sinds 1970 behandelt
569
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's