Wetenschap en rekenschap - pagina 563
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR FILOSOFIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
De vele kringen, de ene mens en de wetenschap
Kuypenaans is de wijsbegeerte der wetsidee ook hierin, dat vanuit het grondmo-
tief van de christelijke religie de consequenties ervan doordacht werden in termen
van een chnstelijk-wijsgenge maatschappij-, mens- en wetenschapsbeschouwing
Uitgangspunt werd de calvinistische leer van de soevereiniteit van God, nader, de
kuypenaanse leer van de soevereiniteit in eigen kring De leer van de soevereiniteit
in eigen kring was door Groen en Kuyper, zoals we eerder zagen, in eerste instantie
opgevat als een sociologisch beginsel de verschillende kringen en verbanden in de
samenleving (staat, kerk, gezin, bedrijf enzovoort) zouden staan onder eigen
„scheppingsordeningen" en daarmee een eigen vorm, functie en verantwoorde-
lijkheid van God ontvangen hebben Dooyeweerd heeft deze leer uitgewerkt tot
een wijsgerige sociologie in de zin van een kwalitatief sociaal pluralisme, een
pluralisme dat de verscheidenheid van verbanden in de samenleving niet klakke-
loos verklaart vanuit een verscheidenheid van (menselijke) doelstellingen, maar
(met name waar het gaat om staat, kerk, gezin enzovoort) uit een verscheidenheid
van (goddelijke) scheppingsstructuren Met deze pluralistische maatschappijbe-
schouwing heeft Dooyeweerd een christelijk alternatief gezocht te formuleren
tegenover de individualistische en collectivistische maatschappijvisies zoals die
vanuit het liberalisme en socialisme ontwikkeld waren
Deze sociaal-wijsgenge verbandsleer heeft Dooyeweerd, gegeven het religieuze
uitgangspunt van Gods schepperssoevereiniteit, met theologisch-dogmatisch maar
wijsgeng-kntisch („transcendentaal-empirisch") verdedigd door van de soeverei-
niteit in eigen kring als sociologisch beginsel terug te gaan op de soevereiniteit in
eigen kring als kosmologisch beginsel (Kuyper en Geesink waren hem in deze
richting reeds enigermate voorgegaan) De eigenaardigheid van de verschillende
samenlevingsverbanden blijkt namelijk volgens Dooyeweerd samen te hangen
met en gegrond te zijn in een eigenaardige verscheidenheid van wijzen waarop de
mens de werkelijkheid pleegt te ervaren ruimtelijk, fysisch, biotisch, psychisch,
logisch, sociaal, esthetisch, ethisch enzovoort En dat telkens conform bepaalde
wetten Indien ergens, dan blijkt bij Dooyeweerd de doorwerking van de feno-
menologische methode wel in de concrete analyse van de veelvoudigheid van
subjectief-menselijke ervaringswijzen in haar intentionele betrokkenheid op de
veelvormigheid van de objectieve ervaringswerkelijkheid, dat wil zeggen in het
pluralisme van „wetskringen"
ü e leer van de „soevereiniteit in eigen kring van de samenlevingsverbanden" en
die van de „soevereiniteit in eigen kring van de wetskringen" noodzaakte Dooye-
weerd vervolgens tot antropologische bezinning De mens fungeert weliswaar,
sociologisch gesproken, in een verscheidenheid van verbanden Hij oriënteert zich
ook, kosmologisch gezien, in een verscheidenheid van empirische betrekkingen
Toch gaat hij deze tijdelijke verscheidenheden te boven als een ik-zelf, in de
identiteit van zijn persoon Het is op dit precaire punt, dat Dooyeweerd wederom
aansluiting zocht bij Kuyper, voorzover deze tenminste het dualisme van ziel en
557
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's