Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 398

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 398

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

3 minuten leestijd

A. TH. VAN DEURSEN

letteren. De eerste archeologen waren classici, en ze vonden dat het ook zo hoorde.

J.H. Holwerda heeft in zijn Leidse openbare les van 1910 uitgelegd waarom: ook

hij die in de Nederlandse bodem wil gaan graven, moet van de klassieke archeo-

logie geleerd hebben te werken tegen een achtergrond van spaarzame historische

gegevens. Zo verwerft hij de scholing die hem in staat zal stellen ook door te

dringen in een verleden, dat geen enkele schriftelijke bron kent.'" Tot op heden

hebben inderdaad classici de spade in de Nederlandse grond gezet. Maar ze zijn

gewend geraakt aan het gezelschap van biologen en geologen, en ze weten eikaars

gaven op prijs te stellen. Voorbeeld voor allen is de bioloog A.E. van Giffen

geweest, die in 1922 helder uiteengezet heeft, wat elke deelwetenschap tot het grote

geheel kon bijdragen. Hoe hoger de cultuur, en hoe belangrijker dus de steun uit

geschreven bronnen, hoe eerder de klassiek en filologisch geschoolde onderzoeker

de leiding kan nemen. Maar gaat het om een arme beschaving, die slechts scha-

mele overblijfselen heeft nagelaten, dan valt de nadruk op de begeleidende ver-

schijnselen, en op het gehele milieu waarin de restanten zijn aangetroffen. Dat nu

is het geval met de Nederlandse prehistorie. Die tijd heeft een eigen flora en

fauna, en verschilt zelfs geologisch van de onze. Dan komt de eerste plaats toe aan

de natuurwetenschappen." Van Giffens betekenis voor de Nederlandse prehis-

torie en archeologie is zeker zo groot geweest als die van Fruin voor de geschied-

wetenschappen. En zoals Fruins Leidse discipelen het universitair-historische

leven beheerst hebben, zo domineren thans Van Giffens Groninger leerlingen in

de prehistorie en Germaanse archeologie.

Aan de Vrije Universiteit heeft men deze ontwikkelingen lange tijd slechts uit de

verte gevolgd. De archeologie kreeg pas in 1956 een eigen representant met de

benoeming van H. Brunsting tot buitengewoon hoogleraar. Hij bleef zijn hoofd-

functie uitoefenen bij het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden, en nam ook

alleen in die hoedanigheid aan opgravingen deel.'* Meer kon de Vrije Universiteit

zich toen niet veroorloven. Archeologie is weinig gebaat met enkel een katheder.

Ze heeft eigen verzamelingen nodig, en een opgravingsbudget, en technisch per-

soneel. Ze is dus zeker binnen een letterenfaculteit een dure wetenschap. Zolang

de Vrije Universiteit nog niet voor honderd procent subsidie ontving, zou een

kostbare studierichting die nooit op massale toeloop zou kunnen rekenen, voor

haar eenvoudig onbetaalbaar blijven. Zo gezien was het extraordinariaat van

Brunsting een uitstekende vondst: de belangstellende student bleef dan van het

vak tenminste niet geheel verstoken. Meer dan een noodvoorziening was het

natuurlijk niet. Brunstings leeropdracht omspande een terrein dat genoeg werk

bood aan twee ordinarii. Des te meer respect verdient het, dat tijdens zijn ambts-

periode het belang van deze vakken duidelijk genoeg is geworden om hem door

twee hoogleraren te doen opvolgen: W.A. van Es voor de pre- en protohistorie, en

J.S. Boersma voor de klassieke archeologie, die beide — men zegt het voor een

archeoloog haast ten overvloede — in Groningen zijn opgeleid. Met een stafbe-

zetting van tien koppen is een bescheiden ontplooiing van eigen onderzoek mo-

gelijk geworden.

392

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 398

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's