Wetenschap en rekenschap - pagina 303
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE AARDWETENSCHAPPEN AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
Tegen het einde van de jaren zestig verplaatsen echter de gesprekken over schep-
ping en evolutie, over bijbel en wetenschap zich van min of meer besloten kringen
zoals deze vereniging en bijvoorbeeld ook de Vereniging voor Calvinistische
Wijsbegeerte, naar het brede front van het orthodox-protestantse publiek in de
zogenaamde forum-discussies overal in het land over ,,kernvraagstukken". Ze
worden georganiseerd door de Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gerefor-
meerde Grondslag om de Vrije Universiteit en de wetenschapsbeoefening zoals
die daar geschiedt dichter bij het volksdeel te brengen dat deze universiteit draagt.
Ook de geologische wetenschappen leveren daaraan haar bijdrage.
De resultaten van de wetenschapsbeoefening, óók aan de Vrije Universiteit, zijn
wat anders uitgekomen dan in de vooroorlogse jaren dertig misschien nog werd
verwacht of gehoopt. Het wordt tijd om daarvan rekenschap te geven en daarover
verantwoording af te leggen. Dat past ook in het beeld van de tijd waarin de
„democratisering" zich gaat aftekenen. Wil men medeverantwoordelijkheid blij-
ven dragen dan zal informatie, in casu wetenschappelijk verantwoorde voorlich-
ting, een absolute voorwaarde zijn. En dat zal in de loop der jaren niet alleen
gelden voor vragen over geologie en bijbel in de gereformeerde gezindte. Immers,
het wetenschappelijk bezig zijn gaat op een zeer breed front verdacht worden.
Gevaarlijk wordt met name de natuurwetenschap, al dan niet in verband met de
technische toepassingen of toepassingsmogelijkheden, ook voor velen buiten de
kerk. De voorlichtingstaak en verantwoordingsplicht van de universiteit ten op-
zichte van de hele natie wordt daarmee groter en gaat gelijk op met de ontwikke-
ling van nieuwe communicatietechnieken die op de indringende visuele manier
van de televisie hun intrede gaan doen. Maar in het bijzonder voor het tot dan toe
beschermde of althans afgeschermde milieu van de gereformeerde gezindte wordt
werkelijkheid wat de bekende Franse Jezuïet en geoloog Pierre Teilhard de
Chardin profetisch had voorspeld, zij het ook in de vorm van een veelzeggende
vraag over een situatie die hij voor de gehele christenheid onherroepelijk zag
komen.
Zij werd rond de jaarwisseling 1926-1927 neergeschreven maar eerst in 1957 ge-
publiceerd in zijn Le milieu divin. Als christen-geoloog was Teilhard onder de
indruk gekomen van de ontzaglijke dimensies van de kosmische ruimte en van de
geologische tijd waarin de mens verschijnt aan de spits van een evolutieproces dat
zich over miljarden jaren heeft uitgestrekt. Dat wetenschappelijke wereldbeeld,
waarbij de mens niet meer is dan een atoom in een oneindig groot heelal is in het
begin van deze eeuw nog slechts het deel van een kleine wetenschappelijke elite.
En Teilhard vraagt zich dan af of, bij de dimensies van de kosmos zoals die door de
ontwikkeling van de wetenschap bij enkelen nog maar gezien worden maar die
straks gemeengoed van de gehele mensheid zullen zijn, of van déze wereld de
Christus van het Evangelie, die men zich voorstelde en die men liefhad binnen de
beperkte afmetingen van een wereld rond de Middellandse Zee, nog het centrum
zou kunnen zijn, of déze Christus nog in staat zou zijn om onze ontzaglijk vergrote
wereld te omvatten. Of dat misschien deze door de wetenschap ontsloten wereld
297
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's