Wetenschap en rekenschap - pagina 592
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
? ^ ^ IBSPWwK^'
J KLAPWIJK
2 Institutie II 2 18/24, II 1 9, deel I p XV, III 7 I (in de laatste tekst is in de Nederlandse
uitgave (ed A Sizoo) de verwijzing naar Rom 12 2 uitgevallen
3 A Aiigiaiinus. De cwiiAle Dei 135, A A^in'/'e'', Pro Rege I, pp 501-509
4 De gemeene gratie III, 513/5 14 Vgl als contrast SK 31 Voor de analyse van Kuyper
heb ik met name veel te danken aan H Dooyeweerd, Kuypers wetenschapsleer, in
Philosophia Reformala 4 (1939), pp 193-232
5 Vgl J Klapwijk Op zoek naar het mensbeeld van liberalisme, socialisme en chris-
ten-democratie, in Honderd jaar partij (A R F ) pp 67-87
6 EG II 26, 145, zie ook Dictaten dogmatiek II, Locus de creaturis, p 23
7 HC 22 Kuyper heeft de leer van de gemene gratie eerst vanaf 1887 ontwikkeld, cf J
floKma, Algemene genade pp 90-91,114-116 Over de verhouding tot Calvijn ziey
Klapwijk Calvin and Neo-Calvinism on non-Chnstian Philosophy in Philosophia
Reformata38(1973), pp 43-61
8 SJ ^;£/t/e/-6o,r. De theologische cultuurbeschouwing van Abraham Kuyper, p 87,7
Doiima. Algemene Genade, p 58, 5 6' Zuidema. Gemene gratie en Pro Rege bij dr
Abraham Kuyper, in Anti-Revolutionaire Staatkunde 24,1/2 (1954, jan /febr), p 15
sqq
9 Over het conflict tussen Kuyper en A F de Savornin Lohnian zie J Roelink, V\]ien-
zeventigjaar Vrije Universiteit, pp 106-117 Het struikelblok vormde de 19stellmgen
van Kuyper cum suis, die een histonsch-organologische interpretatie gaven van de
„Gereformeerde beginselen" Ze zijn in extenso afgedrukt in JC RuUmann De Vrije
Universiteit (1930), pp 186-193
10 VR217 Zie ook J Woltjer Gezag en wetenschap p 20
11 ET 67 HO I 61, II 6,7 Zie ook Zedelijkheid en recht p 80
12 Zie C Veenhof In Kuyper's lijn, pp 15-16 Voor de analyse van Bavinck heb ik
gebruik mogen maken van een ongepubliceerd manuscript van J Veenhof, Het wijs-
gerig substraat van Bavincks theologie
13 CWt 94,108 Ontkend kan niet worden, dat Bavinck hierbij aanvankelijk nog aan-
leunde tegen de scholastieke idee van de theologie als legina scientiaium, CWt 94, zie
ook R H Bremmer, Herman Bavinck als dogmaticus p 39
14 Zie over deze „metabasis" een college-dictaat van H Bavinck uit 1896-97, geciteerd bij
R H Bremmer, Herman Bavinck als dogmaticus, p 40 Bremmer bespreekt hier
uitvoerig Bavincks oordeel over Kuypers Encyclopaedic pp 37-45
15 GD I 290-292 Ten aanzien van Kuypers aarzelende positie vergelijke men EG III 444
sq , 553 sq met HC 127, waar de antithese omschreven wordt als „twee absolute
uitgangspunten die geen vergelijk dulden"
16 Zie R H Bremmer, Herman Bavinck als dogmaticus, p 165
17 Zie ook De zekerheid des geloofs, 63 sq Over Bavincks wijsbegeerte zie nog 5 P van
dei Walt, Die wysbegeerte van Dr Herman Bavinck Over de spanningen in Bavincks
positie zie C van Til, Common Grace, pp 44-58
18 WO 182 Hoewel Bavinck zich beroept op Spr 4 23 is niet altijd duidelijk, of hij het
„hart" slechts aan de vermogens van de ziel of aan de ganse mens ten grondslag ziet
hggen, vergelijk bijvoorbeeld GD I 598 Wel kan Bavinck in zijn Bijbelsche en
religieuze psychologie ~ evenals VoUenhoven later zou doen — ziel en lichaam een
enkele keer duiden als „inwendige" en „uitwendige zijde" van de ene mens, maar deze
eenheid blijkt toch weer resultaat van „vereeniging en samenwerking" (BR 23,57) De
„eenheid der persoonlijkheid" wordt meermalen beklemtoond en betrokken op het
586
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's