Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 76
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
van de eerste studenten in de Nederlandse taal- en letterkunde van Wille,
hij was in 1923 Rector van het Studentencorps aan de V.U. en na 1945
behoorde hij tot de zuiveringscommissie, die het oorlogsverleden van
hoogleraren en studenten moest nagaan. Om zijn proefschrift over de
dichteres Lucretia van Merken te maken nam Höweler in 1945 als Rector
ontslag van het Gereformeerd Gymnasium te Amsterdam. Het inwerken
in de nieuwe functie van Bibliothecaris en daarna de toenemende last van
spieratrofie verhinderden hem dat proefschrift af te maken. Höweler heeft
zijn beste krachten aan de bibliotheek gegeven.^^
Toen Höweler in 1949 Bibliothecaris werd, waren er naast de centrale
bibliotheek met de coUege-bibhotheek voor de klassieke talen, Neder-
lands, germanistiek en geschiedenis, slechts twee instituutsbibliotheken nl.
die voor de wis- en natuurkunde en die voor de psychologie. Een derde,
voor de economische- en sociale wetenschappen, toen onder beheer en
toezicht van prof.dr. J. Zijlstra, was in oprichting. Op de dag van zijn
benoeming werd het pand voor de Faculteit der economische en sociale
wetenschappen. Koningslaan 31, officieel in gebruik genomen. Höweler
krijgt vooral met deze eerste naoorlogse groei van de universiteit te maken.
Tien jaar later, bij zijn vertrek in 1960, waren er daardoor 15 instituutsbi-
bliotheken, waarvan 11 medische.
Op deze ontwikkeling werd reeds in het eerste jaarverslag van Höweler
als probleem attent gemaakt. Hij noemde dit kernprobleem een berucht
probleem:
„Door de vorming van vierinstiluutsbibliotheken heeft de Vrije Universiteit te maken met
een in de bibliotheekwereld bekend, om niet te zeggen berucht probleem, nl dat van de
verhouding tussen die jongere instellingen en de oudere centrale bibliotheek H et gaat hier
om de vraag in hoeverre centralisatie, in hoeverre decentralisatie''
Onlangs heeft Dr A Kessen een voortreffelijk artikel over dit onderwerp gepubliceerd
(Bibliotheekleven, jrg. 35, no 11, Nov 1950), waarin hij bepaalde maatregelen aanbe-
veelt, die strekken om de noodzakelijke centrahsenng in de gehele bibliotheek en een
beperkte mate van zelfstandigheid der instituutsbibliotheken op practische wijze te com-
bineren Het genoemde artikel heeft nog een verdienste' iedere bibliothecaris, die met
deze kwestie tobt, kan er troost uit putten, daar het hem laat zien, dat ook velen zijner
collega's er moeite mee hebben of hadden
Voor de bibliotheek der Vrije Universiteit hebben Directeuren en Prof Wille te dezer
zake bijtijds enkele maatregelen getroffen, die liggen m de lijn van hetgeen Dr Kessen
aanbeveelt Ik noem b v gecentraliseerden aanschaf door de administratie der centrale
bibliotheek, het centraliseren van den catalogus en het voldoen van nota's uitsluitend na
accoordbevinding door den bibliothecaris Daarentegen is centralisering van de uitlening
bij ons niet mogelijk of wenselijk, ieder instituut regelt die zelf'.
Bij de eerste medische instituutsbibliotheek in 1951 spreekt Höweler over
een afdeling die uit enkele onderafdelingen zal bestaan. Deze onderafde-
hngen treden op als zelfstandige instituutsbibhotheken. Als er in 1959 elf
zijn, wordt de heer H.J.C. Brunsting benoemd als hoofd van het Centraal
bureau der medische bibliotheek. Deze benoeming werd nodig om de
eenheid in het catalogiseren en de administratie van de afzonderlijke
60
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's