Wetenschap en rekenschap - pagina 461
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
SOCIOLOGIE, N E D E R L A N D EN DE VRIJE UNIVERSITEIT
gegeven worden. Wel kan worden vastgesteld dat langzamerhand allerlei instan-
ties de indruk en opvatting kregen dat sociologisch onderzoek het panacee was
voor alle mogelijke maatschappelijke kwalen. Die te hoge verwachtingen hebben
de sociologie veel kwaad gedaan en na de euforie is de kater ook gekomen.
Daarover later meer.
DE SOCIOLOGIEBEOEFENING AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT TOT 1950
Wij hebben reeds laten blijken dat over de sociologiebeoefening aan de V.U. vóór
1950 weinig te vertellen valt. Er is vrijwel alleen over gefilosofeerd, zodat de „main
stream" in Nederland en daarbuiten geheel langs haar heen is gegaan. Het zijn in
deze periode eigenlijk alleen de namen van Anema en Dooyeweerd die genoemd
moeten worden. Voordat wij aandacht aan hen gaan besteden wordt er de aan-
dacht op gevestigd dat pas in het studiejaar 1955/56 officieel de opleidingen
politicologie en sociologie begonnen en enkele jaren later de culturele antropo-
logie en niet-westerse sociologie (1962). Dat is op zichzelf al merkwaardig. Het
streven was vooral dat vakken die evident met de gereformeerde godsdienst,
wereldbeschouwing en het gereformeerde maatschappijbeeld te maken hadden,
voorrang kregen waarbij de betaalbaarheid — het is nog niet lang geleden dat
bouw en exploitatie nog voor een deel uit eigen particuliere middelen moesten
worden bekostigd — onvermijdelijk ook een rol speelde. Wat koos men dan ook?
Theologie, rechten en letteren en wijsbegeerte (behalve moderne, niet-Neder-
landse talen). In de jaren dertig schei-, wis- en natuurkunde, welker verband met
de grondslag minder duidelijk was. Omstreeks 1950 economie, biologie. Om en
nabij 1955 geneeskundeopleiding, sociaal-culturele wetenschappen (sociologie,
politicologie en — iets later — culturele antropologie en niet-westerse sociologie),
geologie, prehistorie. Weer wat later sociale aardrijkskunde, fysische aardrijks-
kunde en andragologie. Gezien de fundamentalistische opvattingen die er ook
toen nog heersten onder de Gereformeerden had men het moeilijk met de schep-
ping. De vraag rees: Waarom is wat „de wetenschap" gevonden heeft vaak zo
strijdig met de Bijbel? Het wetenschappelijk geweten was niet in overeenstemming
te brengen met het gereformeerde geweten. Onder de bestuurders waren maar
weinig of helemaal geen deskundigen op die terreinen, zodat men op zijn ver-
moedens afging en dacht dat biologie, geologie en geneeskunde (alle drie dure
opleidingen, vooral geneeskunde en daarom kwam deze achteraan) redding zou-
den kunnen verschaffen. Dat juist Bijbelse archeologie en de culturele antropo-
logie zicht konden geven op zwervende herdersvolken, die zich later metterwoon
vestigden en de archeologie samenhangen in de cultuur alsmede historische feiten
kon geven en verbanden kon leggen met Israel en zijn buurvolken wat betreft
godsdienst en cultuur in het algemeen (ze behoren tot de laatste opleidingen aan
455
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's