Wetenschap en rekenschap - pagina 550
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J KLAPWIJK
en vorm, met de opvatting dat de ideeën zijn geobjectiveerd in de materiele wereld
Een andere moeilijkheid in Woltjers Logos-leer is, dat ze leidt tot een ophemelmg
van het menselijk denkvermogen en tot een verheerlijking van de wetenschap, die
„een schat is, kostelijker dan enig ander ding" Het logisch denken voert immers
terug tot God, de ware Logos' In de kennisdrang, vooral ook van de wetenschap,
ziet Woltjer zodoende „ene onbewuste, mystieke trekking der liefde" conform de
neoplatomstisch-augustijnse denktraditie (VR 219) En de vraag njst, of de mys-
tiek der kennis ook conform het „sola fide" is van de bijbels-reformatonsche
denktraditie, waarbinnen Woltjer zijn vertrekpunt koos
Geesink en de scheppingsordinantien
Naast Woltjer het aldra ook Geesink zich in met de wijsbegeerte In 1890 was
G H J W Geesink (1854-1929) in de theologische faculteit buitengewoon (1895
gewoon) hoogleraar geworden in de ethiek en elenctiek Hij werd in 1908 tevens
benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de faculteit der letteren Als zodanig
doceerde Geesink tevens logica, kenleer, geschiedenis der filosofie en psychologie,
naar toenmalige opvattingen stuk voor stuk wijsgerige vakken Toen Abraham
Kuyper in 1901 minister-president werd volgde Geesink hem tijdelijk op als
hoofdredacteur van De Heraut en schreef hij wekelijks hierin op diens instigatie
over de „scheppingsordeningen" In 1908 werden deze hoofdartikelen gebundeld
tot een standaardwerk in vier delen Van 's Heeren ordmantien
Geesink hield zich als docent enerzijds bezig met de geschiedenis van de wijsbe-
geerte Dit bemerkt men bijvoorbeeld in zijn historisch georiënteerde verhande-
ling over Zedelijkheid en recht (1909) In Van 's Heeren ordmantien gaf Geesink
anderzijds een meer systematisch-wijsgerige uiteenzetting Zoals gezegd, brengt
het laatste werk de scheppingsordeningen ter sprake Overal ziet Geesink Gods
onveranderlijke wetten tot gelding gebracht, allereerst in de natuurlijke wereld,
zowel in de stoffelijke natuur van dingen, planten en dieren als in de geestelijke en
stoffelijk-geestelijke natuur van engelen en mensen Naast deze „natuurwetten"
wijst Geesink op Gods wetten in de zedelijke wereldorde, het gebied van het
menselijk willen en handelen, waar behalve zedelijke wetten (in de engere zin des
woords), saamgevat in de decaloog, zijns inziens ook logische, esthetische en
technische wetten dienen te worden onderscheiden Anders dan de eerder ge-
noemde natuurwetten zijn dit wetten die opgevolgd en overtreden kunnen worden
en daarom door Geesink „normen" genoemd worden (HO II 11, III 13)
Ook Woltjer ging bij gelegenheid uit van scheppingsordeningen, maar bracht deze
dan m verband met zijn leer van de ideeën m de Logos van God (VO 226)
Toegegeven zij, dat ook Geesink dit ideeen-realisme soms naderde Hij betrok de
christelijke wereldbeschouwing dan op „de groote gedachte van het logische, van
schikking, regel, maat en orde in de wereld als gewrocht van denken, als werkin-
gen in de wereld van den Logos in God" (HO I 10) Bij Geesink kwam in verband
544
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's