Wetenschap en rekenschap - pagina 535
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR FILOSOFIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
wel de begeerte, niet de wijsheid in pacht.
Ons onderwerp is ondertussen niet gemakkelijk af te bakenen. Er is aan de V.U.
veel meer aan filosofie gedaan dan valt af te lezen uit de weinige leerstoelen en de
bescheiden plaats welke de wijsbegeerte lange tijd innam, namelijk als sectie
wijsbegeerte binnen de faculteit der letteren: haar omzetting tot centrale interfa-
culteit volgde eerst in 1964. Al of niet filosofisch gekwalificeerd, telkens weer zijn
docenten wijsgerig bezig geweest, zo vaak ze maar recht en richting van het hun
toevertrouwde vak aan de V.U. met wetenschappelijke middelen hadden te ver-
dedigen of voor een breder forum hadden toe te lichten.
Niet al deze bijdragen lenen zich voor een beschrijving in het onderhavige ver-
band. Om ons onderwerp enigermate binnen de perken te houden, willen we de
aandacht met name richten op die denkers die van wezenlijk belang geacht mogen
worden voor de ontwikkeling van het wijsgerig denken aan de V.U. Hierbij zullen
we een drietal perioden onderscheiden:
1. de periode van wijsgerige verkenning,
2. de periode van wijsgerige systematisering,
3. de periode van wijsgerige uitbouw.
Nog een waarschuwing vooraf. Hetgeen van historische studies in het algemeen
gezegd kan worden, geldt zeker ook in ons geval: in het onderhavige artikel
pretendeert de schrijver niet strikt objectief te werk te zijn gegaan. Vanuit een
eigen standpunt heeft hij gewikt en gewogen. Toch meent hij, dat zijn oordeel met
stukken is te staven. En al zou hij hier en daar blijk gegeven hebben van een zekere
affiniteit met de reformatorische denktraditie van de V.U., toch past niet zo maar
het gezegde: liefde maakt blind. Kan liefde niet ook juist helderziend maken? Wie
weet, wordt het in het onderstaande waar: subjectieve betrokkenheid als voor-
waarde tot objectieve beoordeling.
1. DE PERIODE VAN WIJSGERIGE VERKENNING
De eerste decenniën in het bestaan van de Vrije Universiteit waren een periode
van wijsgerige verkenning. En dat in velerlei richting. De reden ligt voor de hand.
De pioniers aan de V.U. zagen zich gesteld in de traditie van de calvinistische
reformatie in Nederland, maar vonden binnen deze traditie geen filosofisch erf-
goed. Vanaf de hervorming had er zich een reformatorische theologie ontwikkeld,
ook in ons land, maar een reformatorisch-christelijke wijsbegeerte was er niet,
hoezeer met name Calvijn „philosophia Christiana" bepleit had.'
.529
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's