Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 172

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 172

2 minuten leestijd

verpleging, en dat vertrouwen is alleen maar toegenomen.

Ik begin ook nu nog altijd tegen een nieuwe assistent te

zeggen: luister goed naar de hoofdverpleegster, en laat je

echt in het begin leiden door wat die voor aanwijzingen

geeft, ook al zal ze nooit zeggen: dokter, dit en dat moetje

doen. En wanneer je moeilijkheden krijgt met de hoofdver-

pleegster of met de verpleging überhaupt, bedenk dan wel

dat de bewijslast bij jou ligt. Trouwens, het is in de kliniek

toch wel zo dat zeven achtste van de inspanning voor de

behandeling neerkomt op de verpleging, en dat jij blij mag

zijn als jij het aanvullende achtste deel naar behoren doet.

Maar nu nog waarom ik mijn vak mooi vind, want dat

vroeg u.

Bij die zending reeds werd ik belast met een belangrijk deel

van de buitenklinieken en al heel gauw met de chirurgie, de

verloskunde en met de kinderen — dat waren er nooit

zoveel — en verder met wat daar heette de korèng-zalen,

dat waren de zalen waar de patiënten met huidaandoenin-

gen — korèng betekent zweer — lagen, en dat waren

meestal de sterkst ondervoeden en allerarmsten. Daar kon

je dus geen heroïsche geneeskunde op bedrijven. Ik ben in

dat gebied toen begonnen met spreekuren voor zwangeren

en zuigelingen. Er werd mij eerst gezegd dat dat niet erg

zou aanslaan, want je kon als Europees arts niet verwach-

ten dat je contact kreeg met de aanstaande moeders; en

bovendien zou men geen oog hebben voor het nut van

regelmatige controle van ogenschijnlijk gezonde kinderen.

Dat was de stelling die men mij voorhield, maar dat bleek

niet zo te zijn, want het liep al gauw heel behoorlijk; vooral

omdat het mij lukte om bijvoorbeeld de vrouwen van

inheemse bestuursambtenaren daarheen te krijgen en die

brachten al gauw hun vrouwelijke bedienden en derzelver

kinderen mee.

Ik ben toen heel sterk gaan beseffen dat alsje werkelijk wat

voor de bevolking in zo'n arme streek — men sprak toen

nog niet van ontwikkelingslanden — wilde doen, dat één

van de belangrijkste aangrijpingspunten zou moeten zijn

de moeder-en-kind-zorg, en dat bracht mij weer terug tot

het idee dat ikeigenlijktochwel wat méér van de kinderge-

neeskunde zou moeten weten. Ik ben toen gaan sparen om

een korte tijd, buiten bezwaar van de zending, want die

kon dat niet betalen, een opleiding in de pediotrie in Ame-

rika te gaan volgen; maar daar is door het uitbreken van de

oorlog niets van terechtgekomen.

Toen kwam de oorlog in Nederland, en ook wij in Indië

168

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 172

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's