Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 118

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 118

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

3 minuten leestijd

I. A D I E P E N H O R S T

souvereiniteitsleer is ongelukkig —, het onbewimpeld aanwijzen van de sociale

ellende en de stelling dat de overheid gerust de eigendom mocht aantasten. Ook

was er de verhandeling: De gronden van echtscheiding naar Nederlandsch recht

(1904) welke hemde toegang tot de leerstoel in het civiele recht moest verschaffen.

Hij trachtte — de principiële onontbindbaarheid van het huwelijk handhavend —

tegen met name de katholieke leer in het gunnen van wettelijke ruimte voor

echtscheiding en voor scheiding van tafel en bed te verdedigen. Hij wilde dus

enger dan het Burgerlijk Wetboek binden, maar, zij het behoedzaam, minder strak

dan door zijn geestverwanten als juist werd beschouwd.

Na een algemene terreinverkenning in de inaugurele oratie De positie van het

privaatrecht in onze tijd, volgde in 1911 het boek Van bewijs als deel van de

Asser-serie, samen met de rectorale oratie uit 1913: De bronnen van het privaat-

recht, de wezenlijke bijdrage tot het burgerlijk recht. Met grote klaarte formule-

rend, na telkens de soms verwarde geschiedenis te hebben laten spreken, slaagde

de auteur erin om op het karakter van het bewijsrecht zoals dat de rechter tot

verantwoorde processuele uitspraken in staat stelde, nieuw licht te werpen. Hij

voorzag in zijn voorwoord dat het bewijsrecht, hoewel niet thuishorend in het

burgerlijk recht, naar het procesrecht zou overgaan, hetgeen heden geschiedt. In

het algemeen gedeelte wordt bij het moeilijke leerstuk van de bewijslast en haar

verdediging gekozen voor de op het beginsel van de gelijkheid der partijen terug-

gaande procesrechtelijke theorie. Met behulp van ervaringsregels zal de rechter

telkens bepalen wat eiser en wat gedaagde heeft aan te tonen. In het bijzonder deel

springt in de eerste plaats de behandeling van het bewijs door geschriften eruit.

Deze zijn alle van getuigende of mededelende aard. Maar ze zijn vaak gericht op

het doel, de intreding van een rechtsgevolg; het zijn rechtshandelingsstukken en ze

zullen steeds — bij andere stukken is dit zelden het geval — processuele rechtsge-

volgen hebben geheel los van wat zij in het feitelijke, het materiële recht bewerken.

Verrassend is de uiteenzetting van het gezag van gewijsde zaak, de eigenschap van

het vonnis om partijen of misschien derden te binden; overigens slechts één van de

werkingen van een vonnis, want er is ook een gezag van gewijsde in ruimer zin.

Opnieuw wordt, nadat als rechtsgrond de rechtszekerheid der burgers is aange-

geven, voor de processuele opvatting gekozen. Het vonnis dat naar wordt toege-

geven ook op het materiële recht krachtig inwerkt, roept ten principale processuele

bevoegdheden of verplichtingen in het leven dan wel neemt deze weg. Bij alle

onderdelen bijna treft hoe een grote taak aan de rechter wordt toegeschoven, die

met ervaringswijsheid en levend rechtsgebruik te rade heeft te gaan, moge dan de

wet daar, waar zij formele regels treft, of zo vaak als zij omstreden grote kwesties

beslist, geen ruime interpretatie toelaten.

Staats- en volkenrechtelijke inzichten werden neergelegd in kleine publicaties —

het referaat over De Italiaanse fascistische staatsleer (1933) is nog het uitvoerigst —

en in een aantal redevoeringen in de Eerste Kamer, waarvan Anema van 1921 tot

1960 deel uitmaakte. Eigenaardig genoeg was zijn invloed omgekeerd evenredig

aan zijn productie juist op deze terreinen. Hij bezag de grondwet als een historisch

114

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 118

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's