Wetenschap en rekenschap - pagina 527
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE PSYCHOLOGIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
betekenis gegeven kan en mag worden. De aanname dat er theorieën bestaan, die
op een duidelijke wijze te toetsen vallen en wel in die zin dat tegenvoorbeelden een
beslissende betekenis zouden hebben, wordt verlaten. ledere theorie heeft defec-
ten, de strategie wordt: zoeken naar betere theorieën, die minder tegenspraak
ontmoeten.
De eerder gesignaleerde ontkoppeling van geloof/wereldbeschouwing en weten-
schap betekent niet dat de mening postgevat heeft dat beide terreinen geen
aanrakingspunten zouden hebben. Dat werd in de jaren zestig ook niet ontkend.
De tendentie was toen echter: ontkoppelen om zich geheel binnen-wetenschap-
pelijk te kunnen bezighouden. Daarin komt verandering. Men wijst er weer op dat
een interactie tussen wetenschap en levensbeschouwing noodzakelijk is. Niet al-
leen omdat een „op drift geraakte wetenschap" afgesneden is van haar „irrationele
wortels" en dus steriel dreigt te worden of omdat men oog wil krijgen voor de
grenzen van het wetenschappelijk psychologisch kennen, maar ook vanwege het
heil van de moderne mens die in een verwetenschappelijkte werkelijkheid moeite
heeft de zin van zijn bestaan te vinden.
Het denken over deze zaken acht men weliswaar geen zaak die binnen de eigen-
lijke wetenschapsbeoefening valt, maar velen zien dat wel als een noodzakelijke
voorwaarde daarvoor. Een bezinning op dit soort problemen, zo meent men,
behoort aan de Vrije Universiteit thuis. Het is ook tegen de achtergrond van dit
klimaat, dat de eerder besproken inzichten van Bavinck „modern en actueel"
genoemd mogen worden.
4. DE WETENSCHAPSBEOEFENING IN ENGERE ZIN
In het voorafgaande gedeelte van dit artikel is vooral gesproken over de visie van
waaruit men in de afgelopen 100 jaar de psychologie heeft beoefend. Ter com-
pletering gaan wij thans kort in op de wetenschapsbeoefening in engere zin zoals
die thans plaatsvindt.
In de eerste plaats moet geconstateerd worden dat de twee vormen van weten-
schapsbeoefening die kenmerkend waren voor de periode van Waterink — psy-
chologische hulpverlening en advisering enerzijds en reflectie over de psychologie
als wetenschap anderzijds — nog steeds onverkort plaatsvinden.
Daarnaast hebben zich na de jaren vijftig nieuwe takken van wetenschaps-
beoefening ontwikkeld, te weten fundamenteel experimenteel onderzoek en
veldgebonden empirisch onderzoek. In beide gevallen gaat het om wetenschaps-
beoefening die plaatsvindt zonder dat de wetenschapper actiefin hulpverlening en
advisering behoeft te participeren. Het verschil tussen beide vormen van onder-
zoek ligt hierin, dat de wetenschappelijke vraagstellingen in het geval van funda-
menteel onderzoek aangereikt worden door de systematiek van het vakgebied.
521
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's