Wetenschap en rekenschap - pagina 77
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR T H E O L O G I E AAN DE VRIJE U N I V E R S I T E I T
juiste Schriftkritiek en de legitieme tekstkritiek. De problemen rondom de tekst en
de vragen betreffende de vertaling hebben Grosheide steeds opnieuw geïntri-
geerd." Hij investeerde ook veel energie in de werkzaamheden van het Neder-
lands Bijbelgenootschap, waarvan hij in de jaren 1939— 1951 algemeen voorzitter
was. Hij had een groot aandeel in de totstandkoming van de nieuwe vertaling van
het Nieuwe Testament.^* Vermeldenswaard is nog, dat Grosheide zich graag
verdiepte in de geschiedenis van de Bijbelvertalingen. Hij gaf daarover in de eerste
periode van zijn hoogleraarschap ook doctoraal-colleges. Bijzondere belangstel-
ling had hij voor de vertalingen in de Nederlanden uit de voorreformatorische en
reformatorische periode.-"
4. DE PERIODE 1920-1945
De thans volgende periode laat ik welbewust aanvangen met het jaar, waarin
Kuyper stierf.Wel was de stichter van de V.U. reeds lang niet meer in het dagelijks
bedrijf van universiteit en faculteit betrokken, maar toch maakte het heengaan van
de grote leider begrijpelijkerwijs diepe indruk. Men was zich ervan bewust, dat nu
een nieuwe aera aanbrak. Dit besef werd nog versterkt doordat in het jaar daarop
Bavinck overleed. Zonder de steun van de eminente leiders zou de generatie van
de leerlingen hun oogmerken, ook op het gebied van de theologie, moeten vast-
houden en uitwerken. De overgang wordt gemarkeerd door de benoeming van
twee hoogleraren, die in actieve dienst zouden blijven. In 1920 aanvaardde G.Ch.
Aalders (1880-1961) het hoogleraarschap in de vakken van het Oude Testament en
in de ambtelijke vakken. Door zijn vakstudie en interesse kreeg het eerste deel van
zijn leeropdracht verreweg de grootste aandacht. In zijn inaugurele rede wees hij
op de tij-kentering, die hij in zijn eigen tijd binnen de oudtestamentische weten-
schap waarnam.' De richting, die toonaangevend was in de oudtestamentische
wetenschap kenmerkte zich, aldus Aalders, door een „hypertrophic" der kritiek,
een uitermate negativistisch standpunt ten opzichte van de traditie in elke vorm.
Daarmee ging een neiging gepaard tot speculatieve constructie, die uit de spaar-
zame gegevens, welke de kritiek onaangetast liet een geheel nieuw beeld ontwerpt,
zowel van het ontstaan van de boeken van het Oude Testament zelf als van de
geschiedenis en de godsdienst van Israël waarvan deze boeken spreken.^ Met
kennelijke ingenomenheid stelt Aalders nu echter vast, dat gelijktijdig bij ver-
schillende oudtestamentici, die zich overigens èn principieel èn methodisch bij de
toonaangevende richting aansluiten, tendenzen speurbaar worden, die in afwij-
king van de beide genoemde karaktertrekken, weer meer tot de traditie naderen.'
Aalders betoogt dan, dat deze door hem gesignaleerde tij-kentering voor „onze
gereformeerde wetenschap" van groot belang is. Van meet af wees deze het
negativisme en de „ideologische speculatie" van de toonaangevende richting on-
73
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's